Bezinning door Rini Bouwman 26 september 2021

KORTE BEZINNING ZESENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR;                             26 SEPTEMBER 2021.

Numeri 11, 25-29             Jakobus 5,1-6                    Marcus 9,38-43.45.47-48

Lezingen deze zondag die ons aan het denken zetten. In de eerste lezing horen we over een jongen, die naar Mozes gaat. Hij is in alle staten. Twee mannen, die niet bij Mozes zijn en achtergebleven in het kamp, profeteren daar. Blijkbaar horen zij niet tot degenen, die mogen profeteren. En hoor dan wat Mozes tot hen zegt:” Waarom komen jullie voor mij op? Ik zou willen dat heel het volk van de Heer profeteerde en dat de Heer zijn geest op hen legde.” Mozes is met andere woorden blij, dat ook de twee mannen profeteren.

In het evangelie gaat het over iets soortgelijks. Er is iemand, die niet tot de volgelingen van Jezus hoort, en die in zijn Naam ook duivels uitdrijft. Johannes, een leerling van Jezus komt Hem dat, verontwaardigd zo lijkt het, melden. En ook Jezus geeft een antwoord, dat veel op dat van Mozes lijkt. “Belet het hem niet, want iemand die in mijn Naam duivels uitdrijft zal niet zo grif ongunstig over Mij spreken. Wie niet tegen ons is, is vóór ons.”

Het zijn antwoorden van Mozes en Jezus, die je aan het denken zetten. Blijkbaar hoef je niet persé tot de “inside” groep van Mozes en Jezus te horen om het goede te profeteren en het goede te doen. Waar het omgaat is dat het goede gezegd wordt en gedaan. Het goede in de zin van datgene wat Mozes en Jezus verkondigen.

En daarachter zit natuurlijk de Geest. Mozes zou graag zien dat heel het volk van de Heer profeteerde en dat de Heer de geest op hen legde. Jezus zegt, dat iemand, die een beker water te drinken geeft aan iemand, die van Christus is, zijn loon daarvoor niet zal ontgaan.

Het gaat dus over de Geest, die mensen bezielt. De Geest, die waait waarheen Hij wil. De Geest, die iedere mens kan bezielen. De Geest, die ieder van ons aanzet tot het goede. Want daarin ligt het hart van de prediking van Jezus.

Het zijn deze zondag lezingen, die ons allemaal kunnen raken. Het is een oproep aan iedereen om het goede te doen. Er te zijn voor de ander. Weten, vanuit ons geloof in de Geest, dat de ander ons gegeven is. Dat wij zorg hebben voor onze wereld, die wij doorgeven aan onze kinderen. Dat wij zorg hebben voor de mensen veraf en dichtbij, ons ervoor inzetten dat ook zij een menswaardig leven hebben.

Uiteindelijk gaat het erom, dat wij werken aan de komst van het Rijk Gods, waarin vrede, gerechtigheid en liefde voor de ander centraal staan.

En laten we een beetje op elkaar letten.

GEBED.
Goede God,
U kent geen aanzien van persoon
en U sluit niemand van uw liefde uit.
Wij vragen U:
Laat ook uw Geest ons bezielen
om vanuit ons geloof het goede te doen
voor onze wereld en voor elkaar.
Dat vragen wij U,
door Jezus , uw Zoon, onze Heer. Amen