Bezinning door Rini Bouwman 28 februari 2021

21-02-28 Korte bezinning tweede zondag van de Veertigdagentijd.

Genesis 22,1-2.9a.10-13.15-18    Romeinen 8,31b-34        Marcus 9,2-10

In het evangelie van deze zondag gaat het over de gedaanteverandering van Jezus op de berg. Het is een prachtig verhaal. Een verhaal dat ook veel schilders heeft geïnspireerd. Kijk alleen maar eens op internet. Het verhaal heeft tot veel prachtige kunstwerken geleid.

In het verhaal horen we dat Jezus drie van zijn leerlingen meeneemt. Hij brengt ze naar boven op een hoge berg. Daar verandert Hij van gedaante. Zijn kleed wordt glanzend wit. Wat nog spannender is dat Hij daar praat met Mozes en Elia.

Mozes is de grote leider van het Joodse volk. Hij heeft hen geleid bij de uittocht uit Egypte. En hij heeft hen, volgens de overlevering, de Wet achtergelaten, de eerste vijf boeken van ons Oude Testament. Mozes, die het beloofde land niet mocht binnentrekken en op een onbekende plaats werd begraven. Dat alles leidde tot het geloof dat Mozes ook met lichaam en al opgenomen was bij God.  Elia is de grote profeet, die in een windvlaag door de Heer eveneens met lichaam en al werd opgenomen. Elia, de profeet, wiens terugkomst werd verwacht als voorloper van de Messias.

En Jezus staat te praten met die grote mannen van het Joodse geloof. Het lijkt alsof ze in een andere werkelijkheid zijn. Door die aanwezigheid met Mozes en Elia schaart Hij zich daarmee ook nog in de lijn van de Wet en de Profeten.

En dan is er ook nog een wolk boven hen. Uit die wolk klinkt een stem:” Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” Dat laatste doet ons denken aan de doop van Jezus. Ook daar klonken soortgelijke woorden. Jezus wordt bekend gemaakt als de Zoon van God. Hij is de Messias naar wie het Joodse volk hunkert.

Het is natuurlijk geen wonder, dat de leerlingen volledig verbluft zijn. Wie niet, zou je haast denken? En Jezus verbiedt hun dan ook nog op de terugweg over die bijzondere gebeurtenis te spreken voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.

Jezus lijkt daarmee te zeggen dat je zijn leven en werken pas volledig kunt begrijpen, als je weet hebt van zijn lijden en zijn opstanding uit de dood met Pasen. In het licht van dat laatste deel van zijn leven zien we hoe bijzonder Jezus was. Hij is met recht de Zoon van God.

Als gelovige mensen mogen we Hem, de Zoon van God, volgen. We mogen erop vertrouwen dat Hij bij ons is, ook ons lijden en verdriet, zelfs tot over de dood heen. Mogen we vanuit dat vertrouwen in onze Heer ook volhouden in deze nare tijd. En laten we een beetje op elkaar letten.

Gebed.

Goede God,

op de berg hebt U ons Jezus geopenbaard als uw Zoon

Wij vragen U:

Leer ons te luisteren naar zijn Woord.

Leer ons te doen wat Hij van ons verlangt.

Dat alles vanuit ons vertrouwen in de nabijheid van Hem, onze Heer en Heiland

Dat vragen wij U, door Jezus, uw Zoon, onze Heer.  Amen.