Eucharistieviering 11.00 uur woensdag 17 februari Aswoensdag, vanuit Achterveld

Link viering: https://www.youtube.com/channel/UC-nQ0vDbVUL8zOAY-y6pFUA

Litugieboekje in PDF: Liturgie boekje 17 februari 2021 (Aswoensdag)

Liturgieboekje in WORD:

Liturgie voor Aswoensdag, 17 februari 2021

Intredelied: Bron van alle leven (T: Sytze de Vries M: Dirk Zwart)

Refrein:         Bron van alle leven, waaruit de liefde vloeit!

Liefde is dauw die vruchtbaar maakt,

liefde is water dat zuiver smaakt.

Maak de aarde tot uw bedding,

tot zij vol van liefde raakt!

God lof om heel dit leven: de goede aarde vaste grond,

de lucht, waarin ik ademhaal, het vuur, waarin uw warmte straalt,

het water, zuiver en gezond, ons goddelijk gegeven!                                   Refrein

Ooit heeft uw mond gesproken; toen werd het licht, en het was goed!

Dat blijft herhaald en zonneklaar is Christus als de kandelaar,

waarop het brandt in volle gloed,met liefde aangestoken.                                        Refrein

Uw liefde brengt ons samen, uw schepping zet zich in ons voort.

Op Christus’ wegen volgen wij, zijn leven geeft de toekomst vrij.

Zijn liefde is uw slotakkoord, en vraagt ons ja en amen!                                             Refrein

Kruisteken en begroeting

Collectagebed

Eerste lezing: Joël 2, 12-18

Zo spreekt God de Heer: “Keert tot Mij terug, van ganser harte, met vasten, met geween en met rouwklacht.

Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij en barmhartig,

lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil. Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich, een meeloffer en een plengoffer voor de Heer, uw God!  Blaast de bazuin op Sion,

kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen! Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten en de bruid haar bruidsvertrek. Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten, wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten, laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft hun God? Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.”

Woord van de Heer. Wij danken God.

Antwoordpsalm Psalm 51 I        (T: I. Gerhardt/M.v. der Zeyde M: N. Wesselingh)

Refrein: God, herschep mijn hart, herschep mijn hart, maak het zuiver.

Wees mij, God, in uw goedheid genadig, neem in uw oneindig erbarmen mijn overtredingen weg. Refrein

Zuiver mij geheel van mijn zonde, reinig mij van wat ik misdeed.            Refrein

Verban mij niet: ver van uw aanschijn, noch onttrek mij uw heilige geest.         Refrein

Hergeef mij het geluk om uw heil, laat bereide gezindheid mijn kracht zijn. Refrein

Tweede lezing: 2 Korintiërs 5, 20-6, 2

Broeders en zusters, wij zijn gezanten van Christus, God roept u op door ons woord. Wij smeken u in Christus’ naam: laat u met God verzoenen! Hem die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,

opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden. Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorgt dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt. Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil..

Woord van de Heer. Wij danken God.

Acclamatie voor Evangelie: Looft de Heer, GvL 257

Looft de Heer, alle gij volken.

Uw woorden, Heer, zijn geest en leven,

Gij hebt woorden van eeuwig leven.

Looft de Heer, alle gij volken.

Evangelie: Matteüs 6, 1-6.16-18

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen, om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader, die in de hemel is.

Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve; en uw Vader, die in het verborgene ziet zal het u vergelden. Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader, die in het verborgene is;

en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht, zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.

Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht

om niet aan de mensen te laten zien, dat gij vast, maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is

en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Woord van de Heer. Wij danken God.

Verkondiging

Zegening van de as en oplegging van de as

Lava me, Domine (T: ps. 51 en 42 M: J.P. Lécot)

Refrein:         Lava me, Domine, lava me!

Lava me, Domine, lava me!

Was mijn schuld volkomen van mij af,

reinig mij van al mijn zonden.

Geef mij de vreugde van vroeger,

de kracht van een sterke geest.                                                             Refrein:

 

Zoals het hert de beekjes zoekt,

zo zoekt mijn geest naar U, mijn God.

Mijn ziel heeft dorst naar god, de God die leeft,

zal ik Hem ooit bereiken en zijn aanschijn zien?                               Refrein:

Acclamatie voorbede Wanneer ik roep tot U (M. Slavisch-Byzantijns)

Wanneer ik roep tot U, verhoor mij, o Heer.

Offerandelied: O Vader wil aanvaarden (T: Anoniem M: Ik wil mij gaan vertroosten)

O Vader wil aanvaarden dit brood en deze wijn,

Die van uw goede aarde de rijke gaven zijn.

Van U is al het leven, de wereld en de tijd;

U hebt ze ons gegeven in uw goedgunstigheid.

O Vader, hoor ons smeken, wil ons genadig zijn,

nu wij het brood gaan breken en drinken deze wijn.

Uw Zoon is in ons midden in dood en heerlijkheid,

zijn Geest zal voor ons bidden, Hij maakt zijn volk bereid.

Bereiden van het altaar

Pr: Bidt broeders en zusters dat mijn en uw offer aanvaard kan worden, door God, de almachtige Vader.

allen: Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen, tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.

Gebed over de gaven
Gezongen Heilig GvL 293:

Heilig, heilig, heilig de Heer,

de God der hemelse machten!

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Hosanna in den hoge.

Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.

Hosanna in den hoge.

Na de consecratie: Redder van de Wereld (uit Willibrordus mis)

V: Dit is het sacrament van het geloof.

K: Redder van de wereld, bevrijd ons,

Gij die ons hebt verlost door uw kruis en verrijzenis.

Onze Vader 
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,

en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.

Pr: Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef genadig vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, altijd vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle angst en onrust, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de komst van onze Verlosser Jezus Christus.

allen:  Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.

Vredesritus
Pr: Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd: ‘Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u’, let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw kerk; vervul uw belofte: geef vrede in uw naam en maak ons één, Gij, die leeft in eeuwigheid.

allen: Amen
Pr: De vrede des Heren zij altijd met u.
allen: En met uw geest.

Breken van het H. Brood – gezongen GvL 333

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons (2x)

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede.

Tijdens de communie: Het lied van het oprechte vasten, GvL 569 (T: H. Oosterhuis M: B. Huijbers)

  1. Zo spreekt de Heer die ons geschapen heeft:

Wat durft dat volk mij nog te vragen.

Dat volk dat vast, maar toch in tweedracht leeft

wat durft dat volk mij nog te vragen.

Die in zak en as gezeten

twistend mijn gebod vergeten,

denkt gij, dat ik om dat vasten geef?

Mijn volk, wat durft gij mij te vragen.

 

  1. Zo spreekt de God die alles weet en ziet:

Ik durf uw vasten niet vertrouwen.

Als gij de zwervers niet uw woning biedt

durf Ik uw vasten niet vertrouwen.

Schenk uw brood aan de geboeiden

schenk uw troost aan de vermoeiden.

Anders hoor Ik naar uw smeken niet,

en durf uw vasten niet vertrouwen.

 

  1. En Jezus zegt: mensen verdraagt elkaar,

En Jezus’ woord zal ons bevrijden.

Vergeet u zelf en dient elkander maar

– en Jezus’ woord zal ons bevrijden.

Aan elkander prijsgegeven

vindt gij honderdvoudig leven.

Jezus zegt: mensen, bemint elkaar.

En Jezus’ woord zal ons bevrijden.

Zegen gezongen: De levende zegene GvL 344

Voorzang:

De Levende zegene en behoede u.

De Levende doe zijn aangezicht

over u lichten, en zij u genadig

De Levende verheffe

zijn aangezicht over u,

en geve u vrede.

Allen:

Zegen ons en behoed ons,

doe lichten over ons uw aangezicht

en wees ons genadig.

Zegen ons en behoed ons,

doe lichten over ons uw aangezicht

en geef ons vrede.

Slotzang: God roept de mens op weg te gaan (T: H. Jongerius)

  1. God roept de mens op weg te gaan, zijn leven is een reis:

“Verlaat wat gij  bezit en ga naar ’t land dat Ik u wijs.”

 

  1. Het volk van God was veertig jaar – een mensenleven lang –

op weg naar het  beloofde land, het land van Kanaän.

 

  1. “De mens leeft niet van brood alleen,” zo hebben zij geleerd,

en “niet beproeven zult gij Hem die het heelal  beheert.”

 

  1. Vereren moet gij slechts de Naam des Heren: Hij die is

de wolk die voor u uit zal gaan, licht in de duisternis.

 

  1. Heer, geef ons moed en doe ons gaan uw weg door de woestijn

en laat uw Zoon een laaiend vuur, de nieuwe Mozes zijn.

 

  1. Gezegend zijt Gij, Eeuwige; die ons het leven geeft:

Stem die al voor de eerste mens belofte bent geweest.