Eucharistieviering maandag 5 april 2021; 9.15 uur

Link viering: https://www.youtube.com/channel/UC-nQ0vDbVUL8zOAY-y6pFUA

Liturgie voor 2e Paasdag, 5 april 2021

Liturgieboekje in Word:

Intredelied: Christus die verrezen is, GvL 411

Refrein:   Broeders, vrij en opgericht, alleluja, heft uw ogen,

alleluja, naar den hoge, heft uw ogen naar het licht.

Christus die verrezen is, doet ons samenkomen.

‘t Maal van zijn gedachtenis wordt hier blij hernomen. Refrein

Christus brak de slavernij, brak de donkere dagen.

Rijzend uit zijn graf heeft Hij Adams dood verslagen. Refrein

Christus die verrezen is, straalt van eeuwig leven.

‘t Maal van zijn gedachtenis zal dat ons ook geven. Refrein

Kruisteken en begroeting

Schuldbelijdenis gesproken

Gezongen Heer, ontferm U  GvL 221

Heer, ontferm U (3x)

Christus, ontferm U (3x)

Heer, ontferm U (3x)

Lofzang: Aanbidt en dankt uw Vader GvL 401

Aanbidt en dankt uw Vader, God die leeft van eeuwigheid;

aan Hem behoort het koningschap en alle heerlijkheid.

Verkondigt Hem en looft zijn Naam, bezingt zijn wondermacht;

dan zal op aarde vrede zijn voor wie zijn hulp verwacht.

Aanbidt en dankt de koningszoon, die in de wereld kwam,

en al de zonden van zijn volk gehoorzaam op zich nam.

Nu nodigt Hij zijn broeders uit op ’t grote koningsfeest.

En waar Hij leeft aan Vaders hand, daar heerst een goede geest.

Eerste lezing: Handelingen 2, 14.22-32

Op Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot hen te richten:

“Gij allen, mannen van Israël, luistert naar deze woorden: Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht. Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd,

hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen. Daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde;

ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was, en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen.”.

Woord van de Heer. Wij danken God.

Antwoordpsalm Psalm 16-1 God bewaar mij

God, bewaar mij als ik mijn toevlucht bij U zoek

“Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, Ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast”

Ik zeg tot de Heer: Gij zijt mijn Heer, Gij gaat mij te boven, ik kan er niet bij,

maar kies voor degenen die hier op aarde zijn zoals Gij.

“Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, Ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast”

Niets wil ik weten van hen die betalen, met bloed en offer aan hun idool.

U zal ik erven, U mag ik drinken, Gij zijt mijn lot, vruchtbare grond.

God, bewaar mij als ik mijn toevlucht bij U zoek

“Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, Ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast”

U zal ik loven, Gij die mij raad schaft, stem in mijn binnenste, licht in mijn nacht.

Ik kom tot mijzelf en zonder angst leg ik mij neer: Gij laat niet toe dat ik val in het niets.

“Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, Ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast”

Gij zult mij leren te overleven. Onder uw ogen leef ik op. Koesteren zult Gij mij in uw hand.

God, bewaar mij als ik mijn toevlucht bij U zoek

“Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, Ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast”

Halleluja: De Heer is waarlijk opgestaan GvL 424

De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia.

Nu breekt de nieuwe lente aan, alleluia.

Want Jezus, onze Koning groot, alleluia,

Verrees in glorie van de dood, alleluia.

Alleluia, alleluia, alleluia.

 

Gij de die Vorst van vrede zijt, alleluia,

de schepping is om U verblijd, alleluia.

De morgen van de eerste dag, alleluia,

zijt Gij verrezen uit uw graf, alleluia.

Alleluia, alleluia, alleluia.

 

De Heer, herwon zijn heerschappij, alleluia,

Hij maakt’ ons in zijn liefde vrij, alleluia.

Hij roept ons naar zijn paradijs, alleluia,

Zijn Woord en Brood zijn onze spijs, alleluia.

Alleluia, alleluia, alleluia.

Evangelie: Matteüs 28,8-15

In die tijd gingen de vrouwen terstond weg van het graf met vrees en grote vreugde, en zij haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: “Weest gegroet.”

Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: “Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen, dat zij naar Galilea moeten gaan en daar zullen zij Mij zien.” Terwijl de vrouwen nog onderweg waren, gingen enkelen van de bewakers naar de stad en berichtten aan de hogepriesters alles wat er was voorgevallen. Dezen hielden een bijeenkomst met de oudsten en, na overleg, gaven ze aan de soldaten een flinke som geld met de opdracht: “Zegt maar:

Zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen. En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.” Zij namen het geld aan en deden zoals hun voorgezegd was. Dit verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.

Woord van de Heer. Wij danken God.

Acclamatie: Uw woord is waarheid Heer GvL 270a

Uw woord is waarheid, Heer, Uw woord is de weg waarvan uw volk niet wijken wil. Wie zal ons leiden.

Overweging

Geloofsbelijdenis:

Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde

en in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer,

die ontvangen is van de heilige Geest geboren uit de maagd Maria

die geleden heeft onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven

Die nedergedaald is ter helle de derde dag verrezen uit de doden

die opgestegen is ten hemel zit aan de rechterhand van God,

de almachtige Vader. Vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden

Ik geloof in de heilige Geest de heilige katholieke kerk,

de gemeenschap van de heiligen de vergeving van de zonden,

de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven.  Amen.

Voorbeden

Acclamatie: Heer onze God wij bidden U verhoor ons GvL361

Bereiden van de altaartafel

Pr: Bidt broeders en zusters dat mijn en uw offer aanvaard kan worden, door God, de almachtige Vader.

allen: Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen, tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.

Gebed over de gaven
Gezongen GvL 291

Heilig, heilig, heilig de Heer,

de God der hemelse machten!

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Hosanna in den hoge.

Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.

Hosanna in den hoge.

Na de consecratie GvL 304

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt

Onze Vader 
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,

en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.

Pr: Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef genadig vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, altijd vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle angst en onrust, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de komst van onze Verlosser Jezus Christus.

allen:  Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.

Vredesritus
Pr: Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd: ‘Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u’, let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw kerk; vervul uw belofte: geef vrede in uw naam en maak ons één, Gij, die leeft in eeuwigheid.

allen: Amen
Pr: De vrede des Heren zij altijd met u.
allen: En met uw geest.

Breken van het H. Brood – gezongen GVL 331

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons (2x)

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede.

Tijdens de communie gezongen: Lied aan het Licht GvL 489

Licht dat ons aanstoot in de morgen voortijdig licht waarin wij staan.

Koud, één voor één en ongeborgen licht overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn

niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn.

 

Licht van mijn stad de stedehouder aanhoudend licht dat overwint.

Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt

waar mensen waardig leven mogen en elk zijn naam in vrede draagt.

 

Alles zal zwichten en verwaaien wat op het licht niet is geijkt.

Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft.

Veelstemmig licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft.

Liefste der mensen, eestgeboren, Licht, laatste woord van Hem die leeft.

Zegen

Slotzang: U zij de glorie GvL 532

U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer.

Uit een blinkend stromen, daalde d’engel af, heeft de steen genomen van ‘t verwonnen graf.

U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer.

 

Zie Hem verschijnen, Jezus, onze Heer, Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.

Weest dan volk des Heren, blijde en welgezind, en zegt telkenkere: Christus overwint.

U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer.

 

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen, die mij vrede geeft?

In zijn godd’lijk wezen is mijn glorie groot: niets heb ik te vrezen in leven en dood.

U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer.