Eucharistieviering 11.00 uur zondag 14 februari 2021 vanuit Achterveld

Liturgieboekje in pdf: Liturgie boekje 14 februari 2021 (6e zondag dhjB)

Link viering: https://www.youtube.com/channel/UC-nQ0vDbVUL8zOAY-y6pFUA

Liturgieboekje in Word:

Liturgie voor 6e zondag door het jaar B, 14 februari 2021

Intredelied: Hoort hoe God met mensen omgaat, GvL 619, couplet: 1, 3, 12 en 13

Hoort hoe God met mensen omgaat,

hoe Hij zijn belofte houdt,

die de mens van den beginne

adem geeft en gaande houdt.

 

Hoort hoe God met mensen omgaat

hoe Hij onze Schepper is

die ons maakt tot zijn getuigen

dragers van zijn beeltenis.

 

Hoort hoe God met mensen omgaat

hoe Hij ons een Dienaar zond

die met liefde als zijn wapen

ons voorgoed aan zich verbond.

 

Hoort hoe God met mensen omgaat

hoe wij Hem ter harte gaan

die ook hier tot ons zal spreken

als wij vragen naar zijn Naam.

Kruisteken en begroeting

Schuldbelijdenis gesproken

Heer, ontferm U

Lofzang: Zingt van de Vader, GvL 381

Zingt van de Vader die in den beginne

de mensen schiep, de dieren en de dingen:

hemel en aarde wilt zijn naam bezingen:

houdt Hem in ere.

Zingt van de Zoon, licht voor onze ogen,

bron van geluk voor wie Hem wil geloven:

luistert naar Hem, het woord van alzo hoge:

houdt Hem in ere.

Zingt van de Geest, adem van het leven,

duurzame kracht die mensen wordt gegeven:

waar wij ook gaan, wij hebben niets te vrezen:

houdt Hem in ere.

Eerste lezing: Leviticus 13,1-2, 45-46

De Heer sprak tot Mozes: “Heeft iemand een gezwel, uitslag of een vlek op zijn huid en gaat het lijken op huidziekte, dan moet men hem bij de priester Aäron of bij een priester van diens geslacht brengen.

Degene, die aan huidziekte lijdt, moet in gescheurde kleren lopen en zijn haren los laten hangen; hij moet zijn baard bedekken en roepen: Onrein, onrein! Zolang de ziekte duurt is hij onrein; hij moet apart wonen en buiten het kamp blijven.”

Woord van de Heer. Wij danken God.

Antwoordpsalm Psalm 27, De Heer is mijn licht en mijn heil.

Refrein: De Heer is mijn licht en mijn heil: wie zou ik dan vrezen?

De Heer is mijn licht en mijn heil: wie zou ik dan vrezen? De Heer is mijn burcht, mijn behoud: voor wie zou ik beducht zijn? Refrein

Dat éne vroeg ik van de Heer, dat is al mijn verlangen: daar te zijn in het huis van de Heer, al de dagen mijns levens.

Heer, hoor mijn aanroep tot U, geef mij genadig uw antwoord: Gij zegt en mijn hart spreekt het na: “zoekt mijn aanschijn” uw aanschijn, Heer, wil ik zoeken. Refrein

Tweede lezing: 1 Korintiërs 10,31-33; 11,1

Broeders en zusters, of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet alles ter ere Gods. Geeft geen aanstoot

noch aan Joden, noch aan Grieken, noch aan Gods Kerk; ook ik tracht allen zoveel mogelijk ter wille te zijn

en ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van de gemeenschap, opdat allen gered worden. Weest mijn navolgers zoals ik het ben van Christus.

Woord van de Heer. Wij danken God.

Halleluja

Halleluja, Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer, wie Mij volgt zal het licht des levens bezitten

Evangelie: Marcus 1, 40-45

In die tijd kwam er eens een melaatse bij Jezus, die op zijn knieën viel en Hem smeekte: “Als Gij wilt kunt Gij mij reinigen.” Door medelijden bewogen, stak Hij de hand uit, raakte hem aan en sprak tot hem: “Ik wil, word rein.” Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd. Terwijl Hij hem wegstuurde, vermaande Hij hem met klem: “Zorg ervoor, dat ge aan niemand iets zegt, maar ga u laten zien aan de priester en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven, om ze het bewijs te leveren.” Eenmaal vertrokken begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen en ruchtbaarheid aan de zaak te geven, met het gevolg,

dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef. Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

Woord van de Heer. Wij danken God.

Acclamatie: Gelukkig die het woord hoort en het beleeft. GvL 270b

Gelukkig die het woord hoort en het beleeft. Gelukkig is die mens, Heer Jezus, wij danken U.

Overweging

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in één God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader. God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria

en is mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven

Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden en aan zijn rijk komt geen einde. Ik geloof in de Heilige Geest die Heer is en het leven geeft die voortkomt uit de Vader en de Zoon; die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk.

Amen.

Bereiden van de altaartafel

Pr: Bidt broeders en zusters dat mijn en uw offer aanvaard kan worden, door God, de almachtige Vader.

allen: Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen, tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.

Gebed over de gaven
Gezongen GvL 291:

Heilig, heilig, heilig de Heer,

de God der hemelse machten!

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Hosanna in den hoge.

Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.

Hosanna in den hoge.

Na de consecratie: Heer Jezus, wij verkondigen uw dood. GvL 305

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.

Onze Vader 
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,

en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.

Pr: Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef genadig vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, altijd vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle angst en onrust, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de komst van onze Verlosser Jezus Christus.

allen:  Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.

Vredesritus
Pr: Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd: ‘Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u’, let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw kerk; vervul uw belofte: geef vrede in uw naam en maak ons één, Gij, die leeft in eeuwigheid.

allen: Amen
Pr: De vrede des Heren zij altijd met u.
allen: En met uw geest.

Breken van het H. Brood – gezongen GvL 331

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons (2x)

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede.

Tijdens de communie gezongen: Neemt en eet

  1. Neemt en eet met elkaar, leeft van het oergebaar

deelt tesamen brood en wijn, heelt de onmacht en de pijn.

  1. Neemt en drinkt met elkaar wordt als een bedelaar

levend met een open hand die geluk om niet ontvangt.

  1. Komt, vernieuwd het verbond, stemt in met hart en mond

dankt de God die leven doet ons tot liefde samenroept

Zegen

 Slotzang: Dankt, dankt nu allen God  GvL 415

1       Dankt, dankt nu allen God met hart en mond en handen,

die grote dingen doet hier en in alle landen,

die ons van kindsbeen aan, ja, van de moederschoot,

zijn vaderlijke hand en trouwe liefde bood.

 

2       Die eeuwig rijke God moge ons reeds in dit leven

een vrij en vrolijk hart en milde vrede geven.

Die uit genade ons behoudt te allen tijd,

is hier en overal een helper die bevrijdt.

 

3       Lof, eer en prijs zij God die troont in ‘t licht daarboven.

Hem, Vader, Zoon en Geest moet heel de schepping loven.

Van Hem, de ene Heer, gaf het verleden blijk,

het heden zingt zijn eer, de toekomst is zijn rijk.