Eucharistieviering zondag 17 januari 2021, 11.00 uur vanuit Achterveld

Liturgboekje in pdf: liturgieboekje 17 januari 2021

Link viering: https://www.youtube.com/channel/UC-nQ0vDbVUL8zOAY-y6pFUA

Liturgieboekje in Word:

Tweede zondag door het jaar

‘De lamp brandend houden’

 

 

Jezus zei hun ’gaat mee om het te zien’

Daarop gingen zij mee

en zagen waar Hij zich ophield.

Johannes 1, 39

 

 

St. Lucasparochie / St. Maartenparochie Locatie St. Jozefkerk Achterveld

17 januari 2021

Cantores St. Caeciliakoor Barneveld – organist Frank Schotel, o.l.v. Carla Schulte

Openingsgezang

De vreugde voert ons naar dit huis waar ‘t Woord aan ons geschiedt.

God roept zijn Naam over ons uit en wekt in ons het lied.

 

Dit huis van hout en steen, dat lang de stormen heeft doorstaan,

waar nog de wolk gebeden hangt van wie zijn voorgegaan.

 

Dit huis dat alle sporen draagt van wie maar mensen zijn,

de pijler die het alles schraagt, wilt Gij die voor ons zijn?

 

Onthul ons dan uw Aangezicht, uw Naam, die met ons gaat

en heilig ons hier met uw licht, uw voorbedachte raad.

 

Dit huis slijt met ons aan de tijd, maar blijven zal de kracht

die wie hier schuilen verder leidt tot alles is volbracht.

Kruisteken en begroeting

Schuldbelijdenis

allen:                    Ik belijd voor de almachtige God,

en voor u allen, dat ik gezondigd heb

in woord en gedachte, in doen en laten,

door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.

Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd,

alle engelen en heiligen,

en u, broeders en zusters,

voor mij te bidden tot de Heer, onze God.

priester:              Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,

onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

allen:                    Amen.

(cantores)          Kyrie

Lofzang

Zingt voor Hem die alle namen hemelver te boven gaat

diep geheim van onze dromen Naam die ons het zwijgen laat.

 

Zingt voor Hem die alle mensen vol verwondering doet staan

Mensenkind om ons bewogen klein en weerloos zonder naam.

 

Zingt voor Hem die alle dingen vruchtbaarheid en ruimte geeft

ademtocht, begin en einde, Naam die in ons midden leeft.

Gebed

Eerste lezing: Uit het eerste boek Samuël, 3, 3b-10. 19.

De lamp van God was nog niet gedoofd en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer waar de ark van God stond. Toen riep de Heer: Samuël! Samuël antwoordde: Hier ben ik. Hij liep haastig naar Eli en zei: Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen? Maar Eli antwoordde: Ik heb niet geroepen; ga maar weer slapen. Toen riep de Heer opnieuw: Samuël! Samuël stond op, ging naar Eli en zei: Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen? Eli antwoordde: Ik heb niet geroepen, mijn jongen; ga maar weer slapen. Samuël kende de Heer nog niet: een woord van de Heer was hem nog nooit geopenbaard. En weer riep de Heer Samuël; nu voor de derde maal. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen? Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jongen riep. En hij zei tot Samuël: Ga slapen en mocht Hij u roepen dan moet ge zeggen: Spreek, Heer, uw dienaar luistert. Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen. Toen kwam de Heer bij hem staan en riep evenals de vorige malen: Samuël, Samuël! En Samuël antwoordde: Spreek, uw dienaar luistert! Samuël groeide op; de Heer was met hem en liet niet een van zijn woorden onvervuld.

Woord van de Heer                       Wij danken God

Psalm (cantores)

Refrein:                               Gelukkig is de mens, die zijn vertrouwen in U stelt,

O Heer van alle machten

Hoe vredig is het waar Gij woont,

Heer, God van alle machten.

Verlangen zal ik met hart en ziel

naar het huis waar Gij mij wacht.

 

De vogel vindt een eigen nest;

De zwaluw een plaats voor zijn jongen.

Gelukkig de mens die woont bij U,

Hij zal U loven zijn leven lang.                   (refrein)

 

Trekken wij door een dorre woestijn,

Gij maakt het tot een vallei vol bronnen.

De lenteregen zegent het land,

zo trekken wij voort naar uw heilige stad.

 

Heer van de machten hoor mijn gebed;

God van Jacob, luister naar mij.

Bescherm ons, uw volk, dat Gij hebt geroepen,

Zegen ons die hier voor U staan.             (refrein)

 

Beter één dag in uw nabijheid,

Dan duizend dagen in de woestijn.

Beter te toeven op uw drempel,

Dan mijn leven te slijten ver van U af.

 

Gij zijt mijn schild, Gij zijt mijn betrouwen,

Gij brengt mij tot aanzien Gij maakt mij bemind.

Ik zal genade vinden in uw ogen,

Als ik rechtop kan staan zonder bedrog. (refrein)

Tweede lezing: Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte, 6, 13c-15a. 17-20.

Broeders en zusters,

Het lichaam is er niet voor de ontucht maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt uit de dood, Hij zal ook ons doen opstaan door zijn kracht. Gij weet toch dat uw lichamen ledematen zijn van Christus? Maar wie zich met de Heer verenigt, is met Hem één geest. Elke andere zonde die een mens bedrijft gaat buiten het lichaam om, maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam. Gij weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont, die gij van God hebt ontvangen. Gij zijt niet van uzelf. Gij zijt gekocht en de prijs is betaald. Eert dan God met uw lichaam..

Woord van de Heer                       Wij danken God

Allelujavers ( wilt u, indien mogelijk, gaan staan)

 (cantores)          Alleluia, alleluia, Alleluia, alleluia,

Alleluia, alleluia, Alleluia, alleluia,

priester                               De Heer zij met u

allen                      En met uw geest

priester      Lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 1, 35-42.

allen                      Lof zij U Christus

In die tijd stond Johannes daar, met twee van zijn leerlingen. Hij richtte het oog op Jezus die voorbijging en sprak: Zie, het Lam Gods. De twee leerlingen hoorden hem dat zeggen en gingen Jezus achterna. Jezus keerde zich om en toen Hij zag dat zij Hem volgden vroeg Hij hun: Wat verlangt gij? Ze zeiden tot Hem: Rabbi – vertaald betekent dit: Meester – waar houdt Gij U op? Hij zei hun: Gaat mee om het te zien. Daarop gingen zij mee en zagen waar Hij zich ophield. Die dag bleven zij bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die het gezegde van Johannes hadden gehoord en Jezus achterna waren gegaan. De eerste die hij ontmoette was zijn broer Simon tot wie hij zei: Wij hebben de Messias: – dat vertaald betekent: de Gezalfde – gevonden, en hij bracht hem bij Jezus. Jezus zag hem aan en zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Johannes; gij zult Kefas genoemd worden, dat betekent: Rots.

Acclamatie (cantores)

Heer, wij hoorden uw woord

en wij dragen het voort de wereld in.

Verkondiging

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in één God, de almachtige Vader,

Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.

En in een Heer Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God,

voor alle tijden geboren uit de Vader.

God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God,

geboren, niet geschapen, een in wezen met de Vader, door wie alles geschapen is.

Hij is voor ons mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald,

Hij heeft het vlees aangenomen, door de heilige Geest

uit de maagd Maria, en is mens geworden.

Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden

onder Pontius Pilatus, en is begraven,

Hij is verrezen op de derde dag volgens de Schriften.

Hij is opgevaren ten hemel, zit aan de rechterhand van de Vader.

Hij zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordelen

levenden en doden, en aan zijn Rijk komt geen einde.

Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het

leven geeft, die voortkomt uit de Vader en de Zoon.

Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden

en verheerlijkt, die gesproken heeft door de profeten.

Ik geloof in de éne, heilige, katholieke en apostolische kerk.

Ik belijd een doopsel tot vergeving van de zonden.

Ik verwacht de opstanding van de doden,

en het leven van het komende Rijk, Amen.

Voorbede met acclamatie

Luister Heer, ontferm U over ons

Luister Heer, ontferm U over ons

Bereiden van de tafel – Gebed over de gaven

Lied

Herr, deine Güte reicht so weit der Himmel ist,

und deine Wahrheit, so weit die Wolken gehen.

Alleluja!

Heer, Uw goedheid rijkt tot aan de hoge hemel,

en Uw waarheid tot waar de wolken gaan.

Eucharistisch gebed

priester                               De Heer zal bij u zijn

allen                      De Heer zal u bewaren

priester                               Verheft uw hart

allen                      Wij zijn met ons hart de Heer

priester                               Brengen wij dank aan de Heer, onze God

allen                      Hij is onze dankbaarheid waardig

Het is waarlijk passend U dank te zeggen, het is waarlijk goed uw heerlijkheid uit te spreken, heilige Vader; Gij zijt een God van leven en waarheid, Gij alleen, Gij bestaat van voor alle eeuwen en Gij duurt in alle eeuwigheid voort, in het ontoegankelijke licht is uw woning. Gij zijt de bron van leven, in uw goedheid hebt Gij alle dingen tot bestaan geroepen, Gij hebt al het geschapene met zegening verzadigd en uw talloze schepselen gelukkig gemaakt met de glans van uw licht.

Daarom staat rond U een schare van engelen die niemand tellen kan, uw dienaren, die het gelaat van uw glorie zien en U ononderbroken lofzingen, dag en nacht. In hun koor willen ook wij onze stem doen horen, met ieder schepsel op aarde zingen wij U jubelend onze lofprijzing toe:

Zum Sanctus (Schubert)

Heilig, heilig, heilig, heilig ist der Herr!

Heilig, heilig, heilig, heilig ist nur er!

Er, der nie begonnen, er, der immer war,

ewig ist und waltet, sein wird immer dar.

 

Heilig, heilig, heilig, heilig ist der Herr!

Heilig, heilig, heilig, heilig ist nur er!

Allmacht, Wunder, Liebe, alles rings umher!

 

Heilig, heilig, heilig, heilig ist der Herr!

Heilig, heilig, heilig, heilig is de Heer!

Heilig, heilig, heilig, heilig hij alleen!

Hij, die nooit begonnen is, hij die altijd was,

eeuwig is en heerst, voortdurend zal zijn.

 

Heilig, heilig, heilig, heilig is de Heer!

Heilig, heilig, heilig, heilig hij alleen!

Almacht, wonder, liefde, alles om ons heen!

Heilig, heilig, heilig, heilig is de Heer

U belijden wij, heilige Vader: groot zijt Gij en alles hebt Gij met wijsheid en liefde geschapen. Gij hebt de mens gemaakt naar uw beeld en hem de zorg over de gehele aarde opgedragen, opdat hij in gehoorzaamheid aan zijn Schepper over alle schepselen zou bevelen. Door ongehoorzaamheid aan U heeft hij uw vriendschap verloren, maar Gij hebt hem niet aan het geweld van  de dood uitgeleverd; in tegendeel, Gij zijt hem met alle hulp tegemoet gesneld, zodat wie U zoeken wil, U reeds heeft gevonden. Menigmaal hebt Gij aan de mensen een verbond aangeboden en hen, bij monde van uw profeten, gesproken over hun heil in de verte.

Heilige Vader, zozeer hebt Gij de wereld liefgehad dat Gij, toen de tijd van wachten voorbij was, uw eengeboren Zoon als Verlosser hebt gezonden. Hij is mens geworden door de heilige Geest uit de maagd Maria, als mens heeft Hij onder ons gewandeld, in alles aan ons gelijk, maar niet in de zonde. Aan geringen heeft Hij een boodschap gebracht van liefde en heil, aan gevangenen de vrijlating gegeven, aan bedroefden zijn blijdschap. Om uw heilsbeschikking ten volle waar te maken heeft Hij zich aan de dood uitgeleverd en door zijn opstanding alle sterven afgebroken en opgebouwd tot een nieuw bestaan. En opdat wij niet meer voor onszelf zouden leven maar voor Hem, die om onzentwil geslagen werd en tot uw rechterhand verheven, zond Hij van uwentwege, Vader, de heilige Geest om zijn werk in deze wereld te voltooien: onze heiligmaking ten einde toe.

Daarom smeken wij U, Heer, dat uw heilige Geest deze offergaven wil bezielen, opdat zij het Lichaam en Bloed worden van onze Heer Jezus Christus, tot viering van het grote heilsmysterie dat Hij ons naliet als zijn verbond-met-ons voor altijd.

Toen kwam het uur dat Hij door U, heilige Vader, zou worden verheerlijkt. Hij had de zijnen in de wereld tot het uiterste toe liefgehad. Terwijl Hij de maaltijd voorzat nam Hij het brood, brak het, en zegende U en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: ‘NEEMT EN EET HIERVAN, GIJ ALLEN, WANT DIT IS MIJN LICHAAM, DAT VOOR U GEGEVEN WORDT.’ Zo nam Hij ook de beker met wijn gevuld, sprak het dankgebed uit, en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden: ‘NEEMT VAN DEZE BEKER EN DRINKT HIER ALLEN UIT, WANT DIT IS DE BEKER VAN HET NIEUWE ALTIJDDURENDE VERBOND, DIT IS MIJN BLOED DAT VOOR U EN ALLE MENSEN WORDT VERGOTEN TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN. BLIJFT DIT DOEN OM MIJ TE GEDENKEN.’

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

(cantores)          Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden

tot Gij wederkeert dat Gij verrezen zijt.

Daarom, Heer, vieren wij de gedachtenis van onze verlossing: wij gedenken de dood van Christus en zijn verblijf onder hen die eens waren gestorven, wij geloven en verkondigen zijn opstanding uit de dood, zijn hemelvaart bij U terug, in uw rijk zonder einde; wij zien vol verwachting uit naar zijn wederkomst in heerlijkheid. Wij brengen U het offer van zijn Lichaam en Bloed, een gave die Gij gaarne aanvaardt, een gave van heil voor de wereld.

Heer, zie welwillend en genegen neer op dit heilige offer, dat Gij aan ons, uw kerk, hebt toevertrouwd. Verleen genadig dat zij die van dit brood eten en uit deze beker drinken door uw heilige Geest tot één lichaam worden verzameld, in Christus voltooid tot een levende offerande, tot uw lof en eer.

Wijd uw gedachten, o Heer, aan allen voor wie wij dit offer aan U opdragen: vooreerst voor uw dienaar, onze paus Franciscus, voor onze bisschop Willem , voor de bisschoppen van de gehele kerk, voor de priesters en diakens; voor allen ook die U dit offer aanbieden, voor geheel het gelovige volk en voor hen die U met een oprecht hart zoeken.

Denk ook aan hen die in vrede met Christus uw Zoon zijn gestorven en aan alle doden waarvan de gelovige gezindheid door U alleen was gekend.

Barmhartige Vader, verleen aan ons, uw kinderen, dat wij de heerlijkheid zien die Gij ons beloofd hebt tezamen met de maagd Maria, de Moeder van God, met de heilige Jozef, haar bruidegom, die Gij hebt verheerlijkt, met uw apostelen en heiligen in uw koninkrijk, waar wij met de gehele schepping die Gij uit zonde en dood hebt opgericht uw lof zingen door Christus onze Heer; in wie Gij aan de wereld alle goed geeft gisteren, nu en altijd.

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader 

die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,

en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.

priester                               Verlos ons, Heer . . . . .

allen                      Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.

Vredesritus

priester                               Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd: ‘Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u’, let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw kerk; vervul uw belofte: geef vrede in uw naam en maak ons één, Gij, die leeft in eeuwigheid.

allen                      Amen

priester               De vrede des Heren zij altijd met u.

allen                      En met uw geest.

Zum Agnus Dei (Schubert)

Mein Heiland, Herr und Meister! Dein Mund so segensreich,

sprach einst das Wort des Heiles: “Der Friede sei mit Euch!”

O Lamm, das opfernd tilgte der Menschheit schwere Schuld,

send’ uns auch Deinen Frieden durch Deine Gnad’ und Huld.

 

Mein Heiland, Herr und Meister, o sprich erbarmungsreich

zu uns das Wort des Heiles: “Der Friede sei mit Euch!”

Send’ uns den Himmelsfrieden, den nie die Erde gibt,

der nur dem Herzen winket, das rein und treu Dich liebt!

 

Mijn heiland, heer en meester! Uw mond zo zegenrijk

sprak eens het woord van het heil: “Vrede zij met u!”

O Lam, dat offerend inloste de zware schuld der mensheid,

zend ons ook Uw vrede door Uw genade en gunst

 

Mijn heiland, heer en meester! Spreek vol erbarmen

voor ons uw woord van heil: “Vrede zij met jullie!”

Zend ons de hemelse vrede, die de aarde nooit kan geven,

en die alleen dat hart uitnodigt dat U zuiver en trouw bemint

 priester                Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren.

Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld

allen                      Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt,

                               Maar spréék en ik zal gezond worden.

Communie van H. Brood 

Communielied

Kom blijf in Mij, zoals Ik blijf in jou

Zoals de Vader Mij bemint, bemint Hij jou

Geen groter liefde, dan wie zijn leven geeft

voor zijn vrienden, zoals Ik het deed

Refrein:                               Neemt en eet, dit is mijn Lichaam,

Neemt en drinkt, dit is mijn Bloed,

Ik geef mijzelf, open je hart,

Blijf zo in Mij, Ik laat je niet alleen.

 

Ik geef mijn Geest die jou helpt op jouw weg

Hij geeft jouw vrede en de kracht die weg te gaan

Wat je in Mijn Naam zult vragen zal Ik doen

Zo wordt mijn Vader verheerlijkt op aard’

 

Ik bid voor hen, dat zij één zijn als Wij

Ik in U, Vader, en de mensen één in Mij.

Opdat zij weten dat Gij Mij hebt bemind,

en dat uw liefde in hen moge zijn.

Gebed

Lied bij de zegen

May the road rise to meet you

May the wind be always at your back

May the sun shine warm upon your face

The rain fall soft upon your fields

And until we meet again

Until we meet again

May God, hold you in the palm of his hands

Moge bij elke stap die je zet, de weg zich openen.

Moge je de wind altijd in de rug hebben.

Moge de zon schijnen warm op je gezicht.

Moge de regen vallen zacht op je velden.

En totdat wij elkaar ontmoeten:

moge God je bewaren in de palm van zijn hand.

Zegen en wegzending

Slotlied (cantores)

Ga met ons mee op onze wegen,

wees met uw volk in de woestijn.

Schuil in een wolk, wees half verzwegen.

Toon dat Gij onze kracht wilt zijn.

 

Schenk ons een woord als wij U roepen.

Wees ons een licht op onze weg.

Wil ons niet eindeloos beproeven,

toon dat het waar is wat Gij zegt

 

Ga voor ons uit in nacht en duister.

Wek in ons hoop voor elke dag.

Maak U niet waar in macht en luister,

maar in een mens die op ons wacht.

 

Schenk ons het brood om van te leven.

Toon ons de Mens die op U bouwt

en onze kracht wordt tot vergeven.

Naam die ons duurzaam gaande houdt.