Liturgieboekje eucharistieviering 29 augustus 2020 vanuit Leusden

In pdf: Liturgie 29 augustus (22e dhj A)

Liturgie voor de 22e zondag door het jaar A, 29 augustus 2020

Vanaf juli is het weer toegestaan dat mensen meevieren in de kerkruimte, maar er mag nog niet gezongen worden door de aanwezige kerkgangers.

Toch is het belangrijk dat u als kerkganger op een aantal momenten in de viering ook actief kunt participeren aan de viering. Daarom zullen enkele teksten niet worden gezongen maar gezamenlijk worden gesproken.

Daar waar gezongen wordt, gebeurt dat door de cantor.

Hier volgt de orde van dienst:

Intredelied: Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht!

Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht!

God, laat mij voor uw aangezicht,

geheel van U vervuld en rein,

naar lijf en ziel herboren zijn.

 

Schep, God, eennieuwe geest in mij,

een geest van licht, zo klaar als Gij;

dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt

en ga de weg die U behaagt.

 

Wees Gij de zon van mijn bestaan,

dan kan ik veilig verder gaan,

tot ik U zie, o eeuwig Licht,

van aangezicht tot aangezicht.

Kruisteken en begroeting

Schuldbelijdenis gesproken

Allen:

Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen

dat ik gezondigd heb in woord en gedachte in doen en laten

door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.

Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd,

alle engelen en heiligen en u, broeders en zusters,

voor mij te bidden tot de Heer onze God.

Voorganger: Moge …

Heer ontferm U over ons – Heer, ontferm U over ons

Christus, ontferm U over ons – Christus, ontferm U over ons

Heer ontferm U over ons – Heer ontferm U over ons

Lofzang: U, Heer, zij lof gebracht

U, Heer, zij lof gebracht, U klinkt ons feestlied ter ere!

wat Gij, Almachtige, veilig behoudt komt U eren.

Al wat Gij geeft,

alles wat ademt en leeft,

wil U, zijn Oorsprong vereren.

 

Wie in Uw liefde woont, heiligen engelen koren,

wie aan Uw rechterhand neerzit, in liefde herboren,

zingt duizendmaal,

zingt het hoogheilig koraal!

Heilig is God in den Hoge!

Eerste lezing: Jesaja 20.7-9

De profeet Jeremia bad als volgt: ‘Heer God, Gij hebt mij verleid, ik ben bezweken, Gij waart mij te sterk, ik kan niet tegen U op. De hele dag lacht men mij uit, iedereen drijft de spot met mij. Telkens als ik het woord neem, moet ik schreeuwen, ‘geweld en onderdrukking’ roepen.

Het woord van de Heer brengt mij iedere dag schande en smaad. Soms denk ik: Ik wil er niets meer van weten, ik spreek niet meer in zijn naam. Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente. Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden maar het lukt me niet.’

Woord van de Heer – Wij danken God.

Antwoordpsalm Psalm 631

Refrein: God, mijn God, naar U blijkf ik zoeken, mijn ziel dorst van verlangen naar U.

God, mijn God, naar U blijf ik zoeken, mijn ziel dorst van verlangen naar U;

al wat ik ben smacht naar U in een troosteloos dor land zonder water.

Refrein: God, mijn God,

Hoe zag ik in de tempel op U, om uw macht te ontwaren, uw grootheid,

uw genade gaat boven dit leven. En mijn lippen spraken uw lof.

Refrein: God, mijn God

Kom ik zo heel mijn leven U prijzen, uw naam noemen, de handen geheven;

kracht vind ik als door kostelijke spijs, jubelend ligt mij uw naam op de lippen.

Refrein: God mijn God

Waart Gij niet immer mijn hulp? onder Uwer vleugelen schaduw heb ik mijn jubel gezongen;

U zoekt mijn hart – U hangt het aan Uw hand zal mij vast blijven houden 2x

Tweede lezing: Romeinen 12.1-2

Broeders en zusters, ik smeek u bij Gods erbarming: wijdt uzelf aan God toe als een levende, heilige offergave, die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijke eredienst die u past. Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt.

Woord van de Heer. Wij danken God.

Tussenzang

Refrein: Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja.

Maak ons hart ontvankelijk, Heer,

opdat wij de woorden van uw Zoon begrijpen.

Refrein: halleluja, halleluja, halleluja, halleluja

Evangelie: Matteüs 16.21-27

In die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk temaken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan; dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, maar dat Hij, na ter dood gebracht te zijn, op de derde dag zou verrijzen.

Toen nam Petrus Jezus terzijde en begon Hem ersntig daarover te onderhouden: ‘Dat verhoede God, Heer! Zoiets mag U nooit overkomen!’ Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: ‘Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.

En daarna tot zijn leerlingen: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochene en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven? Of wat zal een mens kunnen geven in ruil voor zijn eigen leven?

Want de Mensenzoon zal komen in de heerlijkheid van zijn Vader, vergezeld van zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden.’

Woord van de Heer. Wij danken God.

Overweging

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, de almachtige Vader, – Schepper van hemel en aarde. – En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer, – die onvangen is van de heilige Geest, – geboren uit de maagd Maria , – die geleden heeft onder Pontius Pilatus, – is gekruisigd, gestorven en begraven, – die nedergedaald is ter helle, – de derde dag verrezen uit de doden, – die opgestegen is ten hemel, – zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, – vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden, – Ik geloof in de heilige Geest, – de heilige katholieke kerk, – de gemeenschap van de heiligen; – de vergeving van de zonden; – de verrijzenis van het lichaam; – en het eeuwig leven. Amen.

Gezongen acclamatie bij de voorbede aan het begin en het eind

O Heer God, erbarmend genadig lankmoedig, rijk aan liefde rijk aan trouw

bewarend liefde, tot het duizendste geslacht.

tussendoor gesproken door iedereen: Heer luister naar ons en verhoor ons.

Bereiden van  de tafel

Priester:  Bidt broeders en zusters

dat mijn en uw offer aanvaard kan worden,

door God, de almachtige Vader.

allen:        Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen,

tot lof en eer van zijn Naam,

tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.

Gebed over de gaven
Gezongen GVL 291:

Heilig, heilig, heilig de Heer,

de God der hemelse machten!

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Hosanna in den hoge.

Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.

Hosanna in den hoge.

Na de consecratie GVL 305
Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.

Onze Vader 
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.

Pr: Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef genadig vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, altijd vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle angst en onrust, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de komst van onze Verlosser Jezus Christus.

Allen:  Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.

 Vredesritus
Pr: Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd:

‘Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u’,

let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw kerk;

vervul uw belofte: geef vrede in uw naam en maak ons één,

Gij, die leeft in eeuwigheid.

Allen: Amen
Pr: De vrede des Heren zij altijd met u.
Allen: En met uw geest.

Breken van het Brood – gezongen GVL 331

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons (2x)

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede.

Tijdens de communie gezongen:

Waar vriendschap is en liefde, daar is God.

Slotlied: Dankt, dankt, nu allen God GvL 415

Dankt, dankt nu allen God met hart en mond en handen,

die grote dingen doet hier en in alle landen,

die ons van kindsbeen aan, ja, van de moederschoot,

zijn vaderlijke hand en trouwe liefde bood.

 

Die eeuwig rijke God moge ̮ons reeds in dit leven

een vrij en vrolijk hart en milde vrede geven.

Die uit genade ons, behoudt te allen tijd,

is hier en overal, een helper die bevrijdt.

 

Lof, eer en prijs zij God die troont in ’t licht daarboven.

Hem, Vader, Zoon en Geest moet heel de schepping loven.

Van Hem, de ene Heer, gaf het verleden blijk,

het heden zingt zijn eer, de toekomst is zijn rijk.