Paaswake zaterdag 3 april 2021; 18.00 uur vanuit Achterveld

Link viering: https://www.youtube.com/channel/UC-nQ0vDbVUL8zOAY-y6pFUA

Liturgieboekje in pdf: Paaswake liturgieboekje 2021

Liturgieboekje in Word:

Paaswake, 3 april 2021

Sint Lucasparochie

Achterveld

 

Voorgangers: pastoor Harrold Zemann en diaken Rini Bouwman

Zang: enkele leden van het St. Caeciliakoor uit Harderwijk, begeleiding: Liesbeth Dercksen

De kerk is stil

Buiten is een vuur aangelegd  

LICHTRITUS

Zegening van het vuur (buiten).

Voorbereiding van de paaskaars:

de paaskaars wordt getekend met een kruis,

een alpha en omega, en het jaartal.

Vijf wierookkorrels worden in de kaars gestoken

 

De paaskaars wordt ontstoken met het nieuwe vuur.

Processie

De diaken neemt de paaskaars op en zingt:

bij de deur van de kerk

bij het altaar

Paasjubelzang

diaken:  Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len

laat juichen om die grote Koning,

juichen om de Overwinning!

Laat de trompetten klinken in het rond

koor       Vol vreugde zij ook de aarde,

omstraald door zulk een heerlijkheid!

De glorie van de eeuwige Koning!

Heel de aarde zij vol vreugde,

daar alle duister thans verdreven is.

koor       Vol luister straalt de kerk van God op aarde,

en juichend klinken Paasgezangen.

Laat ook onze eigen tempel

luide weerklinken van ons jubellied.

koor        Laat juichen heel het koor van Gods gemeente,

laat juichen om zo’n grote Koning,

juichen om de Overwinning!

Laat de trompetten klinken in het rond!

diaken     De Heer zij met u

allen       En met uw geest.

diaken     Verheft uw hart

allen        Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Diaken     Brengen wij dank aan de Heer, onze God

allen        Hij is onze dankbaarheid waardig.

Ja, Gij zijt onze dankbaarheid waardig, Vader en Heer van al wat bestaat.

Met hart en ziel zingen wij U lof om Jezus Christus, uw Zoon,

wiens bloed ons vrijheid en vergeving heeft gebracht.

Hij is het Paaslam, dat tot redding van Gods volk in deze nacht voor ons geofferd wordt.

In deze nacht trekt Israël uit Egypte en gaat droogvoets door de Rode Zee.

In deze nacht wijst een stralend licht de weg, het licht dat alle duisternis verdrijft.

In deze nacht heeft Jezus Christus de ketenen van de dood verbroken en is Hij als overwinnaar uit de doden opgestaan.

Hoe goed zijt Gij, Heer God, hoezeer hebt Gij ons liefgehad.

Gij hebt uw Zoon gegeven voor onze bevrijding, zijn dood heeft onze schuldigheid doorkruist, ons lot heeft Hij ten goede gekeerd.

Dit is de heilige nacht waarin duisternis wijkt en zonde wordt vergeven, vreugde komt voor droefheid, een gelukkige nacht, waarin God en mensen elkander vinden.

Heilige Vader, aanvaard in deze glorierijke Paasnacht

het loflied dat de kerk U toezingt nu zij haar licht heeft ontstoken.

Laat dit licht onverminderd schijnen, morgen en alle dagen

in alles wat wij doen, in heel ons leven.

Laat het zijn als de verrezen Christus, de morgenster, die, eens verrezen, nu nimmermeer zal ondergaan.

Wij bidden U, Heer, die ons geschapen heeft, geef vrede in onze dagen, laat de vreugde van dit Paasfeest voor ons een blijvende vreugde zijn door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer.

koor       Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len

laat juichen om die grote Koning,

juichen om de Overwinning!

Laat de trompetten klinken in het rond!

DIENST VAN HET WOORD

Eerste lezing:  Het scheppingsverhaal. Uit het boek Genesis 1. 1-2,2

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte en een hevige wind joeg de wateren op.

Toen sprak God:

„Er moet licht zijn !” En er was licht. En God zag dat het licht goed was. God scheidde het licht van de duisternis;

het licht noemde God dag en de duisternis noemde Hij nacht.

Het werd avond en het werd ochtend; dat was de eerste dag.

God sprak:

„Er moet een uitspansel zijn tussen de wateren,

een afscheiding tussen het ene water en het andere.”

En God maakte het uitspansel;

Hij scheidde het water onder het uitspansel van het water erboven. Zo gebeurde het. Het uitspansel noemde God hemel.

Het werd avond en het werd ochtend; dat was de tweede dag.

God sprak:

„Het water onder de hemel moet naar één plaats samenvloeien

zodat het droge zichtbaar wordt.” Zo gebeurde het.

Het droge noemde God land en het samengevloeide water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was. God sprak:

„Het land moet zich tooien met jong groen gras,

zaadvormend gewas en de vruchtbomen die ieder naar zijn soort hun vruchten dragen met zaad erin.” En uit het land schoot jong groen gras op, zaadvormend gewas, in allerlei soorten en bomen die ieder naar zijn soort hun vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was.

Het werd avond en het werd ochtend; dat was de derde dag.

God sprak:

„Er moeten lichten zijn aan het hemelgewelf die de dag van de nacht zullen scheiden; zij moeten als tekens dienen, zowel voor de feesten, als voor de dagen en de jaren en tevens als lampen aan het hemelgewelf om de aarde te verlichten.” Zo gebeurde het. God maakte de twee grote lampen, de grootste om over de dag te heersen, de kleinste om te heersen over de nacht

en Hij maakte ook de sterren. God gaf ze een plaats aan het hemelgewelf om de aarde te verlichten, om te heersen over de dag en over de nacht en om het licht en de duisternis uiteen te houden. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de vierde dag.

God sprak:

„Het water moet wemelen van dieren en boven het land moeten de vogels vliegen langs het hemelgewelf.”

Toen schiep God de grote gedrochten van de zee en al de krioelende dieren waar het water van wemelt, soort na soort

en al de gevleugelde dieren, soort na soort. En God zag dat het goed was. God zegende ze en Hij sprak: „Weest vruchtbaar en wordt talrijk; gij moet het water van de zee bevolken en de vogels moeten talrijk worden op het land.” Het werd avond en het werd ochtend; dat was de vijfde dag.

God sprak:

„Het land moet levende wezens voortbrengen van allerlei soort:

tamme dieren, kruipende dieren en wilde beesten van allerlei soort.” Zo gebeurde het. God maakte de wilde beesten, soort na soort, de tamme dieren, soort na soort. En God zag dat het goed was. God sprak: „Nu gaan wij de mens maken, als beeld van ons, op ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”

En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. God zegende hen en God sprak tot hen: „Weest vruchtbaar en wordt talrijk;

bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht en over al het gedierte dat over de grond kruipt.”

En God sprak:

„Hierbij geef Ik alle zaadvormende gewassen op de hele aardbodem aan u en alle bomen met zaaddragende vruchten;

zij zullen u tot voedsel dienen. Maar aan alle wilde beesten,

aan alle vogels van de lucht en aan alles wat over de grond kruipt, aan al wat dierlijk leven heeft geef Ik het groene gras als voedsel.” Zo gebeurde het. God bezag alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het heel goed was.

Het werd avond en het werd ochtend; dat was de zesde dag.

Zo werden de hemel en de aarde voltooid en alles waarmee ze toegerust zijn.

Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van het werk dat Hij verricht had.

Woord van de Heer – Wij danken God.

Lied (koor)

Met niets van niets zijt Gij begonnen,

hebt sprakeloos het licht gezegd,

de tijd bepaald, het land gewonnen,

de zeeën op hun plaats gelegd.

 

De ban der duisternis gebroken

en het werd morgen, dag na dag.

een wereld in het licht gesproken,

een mensheid die beginnen mag.

 

Geen eind in zicht, geen rust gevonden.

Het langste deel nog niet gegaan.

Geen engel met ons meegezonden

om nacht en ontij te verslaan.

 

Met licht van licht hebt Gij geschreven

uw boek dat ons het leven redt,

de woorden van uw trouw gegeven.

En van dit lied de toon gezet.

Gebed

Tweede lezing: Het verhaal van de uittocht. Uit het boek Exodus

In die dagen sprak de Heer tot Mozes: “Wat roept gij Mij toch.

Beveel de Israëlieten verder te trekken. Gij zelf moet uw hand opheffen, uw staf uitstrekken over de zee en ze in tweeën splijten. Dan kunnen de Israëlieten over de droge bodem door de zee trekken. Ik ga de Egyptenaren halsstarrig maken, zodat zij hen achterna gaan. En dan zal Ik mij verheerlijken ten koste van Farao en heel zijn legermacht, zijn wagens en zijn wagenmenners. De Egyptenaren zullen weten dat Ik de Heer ben, als Ik mij verheerlijk ten koste van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners.” De engel van God die aan de spits van het leger der Israëlieten ging, veranderde van plaats en stelde zich achter hen op, tussen het leger van de Egyptenaren en het leger van de Israëlieten. De wolk bleef die nacht donker, zodat het heel die nacht niet tot een treffen kwam. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en de Heer deed die hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugwijken.

Hij maakte van de zee droog land en de wateren spleten vaneen. Zo trokken de Israëlieten over de droge bodem de zee door, terwijl de wateren links en rechts een wand vormden.

De Egyptenaren zetten de achtervolging in; alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners gingen achter de Israëlieten aan de zee in. Tegen de morgenwake richtte de Heer zijn blikken vanuit de wolkkolom en de vuurzuil op de legermacht van de Egyptenaren en bracht ze in verwarring.

Hij liet de wielen van de wagens scheeflopen, zodat ze slechts met moeite vooruitkwamen. De Egyptenaren riepen uit: “Laten we vluchten voor de Israëlieten, want de Heer strijdt voor hen tegen ons.” Toen sprak de Heer tot Mozes: “Strek uw hand uit over de zee, dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren en hun wagens en wagenmenners.”

Mozes strekte zijn hand uit over de zee en toen het licht

begon te worden vloeide de zee naar haar gewone plaats terug.

Daar de Egyptenaren ertegenin vluchtten dreef de Heer hen midden in de zee. Het water vloeide terug en overspoelde wagens en wagenmenners, heel de strijdmacht van Farao die de Israëlieten op de bodem van de zee achterna waren gegaan. Niet één bleef gespaard. De Israëlieten daarentegen waren over de droge bodem door de zee heengetrokken, terwijl de wateren links en rechts van hen een wand vormden.

Zo redde de Heer op deze dag Israël uit de greep van Egypte;

Israël zag de Egyptenaren dood op de kust liggen.

Toen Israël het machtige optreden van de Heer tegen Egypte gezien had, kreeg het volk ontzag voor de Heer: Zij stelden vertrouwen in de Heer en in Mozes zijn dienaar. Toen hieven Mozes en de Israëlieten ter ere van de Heer een lied aan.

Woord van de Heer – Wij danken God.

Lied (koor)

Neem ons bij de hand, door water en woestijn,

neem ons bij de hand, Gij die ons leven geeft.

Gebed

Derde lezing: Uit de Profeet Jesaja 55, 1-11 

Zo spreekt God de Heer: ”Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, komt toch.

Komt kopen, geniet zonder geld en zonder te betalen.

Komt kopen wijn en melk. Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is? Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt?

Luistert, luistert naar Mij: dan eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij en luistert en gij zult leven. Een blijvend verbond ga Ik sluiten met u; de gunst, aan David verleend, verloochen Ik niet. Hem heb Ik gemaakt tot getuige voor de volkeren, tot vorst en gebieder over de naties. Waarlijk, een volk zult gij roepen dat gij niet kent en een volk dat u niet kent snelt naar u toe omwille

van Israëls Heilige, die u verheerlijkt. Zoekt de Heer nu Hij zich laat vinden, roept Hem aan nu Hij nabij is. De ongerechtige moet zijn weg verlaten, de zondaar zijn gedachten; hij moet naar de Heer terugkeren de Heer zal zich erbarmen – terug naar onze God, die altijd wil vergeven.” “Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen” – zegt het orakel van de Heer – Maar: zoals de hemelhoog boven de aarde is, zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten. Zoals de regen en de sneeuw uit de hemel vallen en daar pas terugkeren wanneer zij de aarde hebben gedrenkt, haar hebben bevrucht, zodat zij groen wordt, wanneer zij het zaad aan de zaaier hebben gegeven en het brood aan de eter, zo zal het ook gaan met het woord dat komt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug; het keert pas weer wanneer het mijn wil volbracht heeft en zijn zending heeft vervuld.”

Woord van de Heer – Wij danken God.

Gebed

Eer aan God (koor)

(de kerkklokken worden geluid)

Eer aan God in den hoge, en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft. Wij loven U. Wij prijzen en aanbidden U.

Wij verheerlijken U en zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid. Heer God, hemelse Koning, God, almachtige Vader; Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus; Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader; Gij die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Gij die wegneemt de zonden der wereld, aanvaard ons gebed. Gij die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons. Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de allerhoogste: Jezus Christus,

met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader. Amen.

Openingsgebed

Begroeting van het Evangelie

(wilt u, indien mogelijk, gaan staan)

Koor:

Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja. (2x)

Laat ieders Heren goedheid prijzen,

zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Laat Israël uw lofzang rijzen:

Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Dit zij het lied der priesterkoren:

Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Gij, die den Heer vreest laat het horen:

Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Halleluja, halleluja, halleluja, halleluja!

Lezing uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 16, 1-8

Toen de sabbat voorbij was kochten Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus en Salóme welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen. Op de eerste dag van de week, heel vroeg, toen de zon juist op was, gingen zij naar het graf. Maar ze zeiden tot elkaar: “Wie zal de steen voor ons van de ingang van het graf wegrollen?” Opkijkend bemerkten ze echter dat de steen weggerold was; en deze was zeer groot. Binnengetreden in het graf zagen ze tot hun ontsteltenis aan de rechterkant een jongeman zitten in een wit gewaad. Maar hij sprak tot haar: “Schrikt niet. Gij zoekt Jezus de Nazarener die gekruisigd is. Hij is verrezen, Hij is niet hier. Kijk, dit is de plaats waar men Hem neergelegd had. Gaat aan zijn leerlingen en aan Petrus zeggen: Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult ge Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.” De vrouwen gingen naar buiten en vluchten weg van het graf, want schrik en ontsteltenis hadden hen overweldigd. En uit vrees zeiden ze er niemand iets van.

Woord van de Heer – Wij danken God.

Koor:

Halleluja, halleluja, halleluja…..

Overweging

Hernieuwing van de doopbeloften

(wilt u, indien mogelijk, gaan staan)

priester   Gelooft u in God, de almachtige Vader,

Schepper van hemel en aarde?

allen       Ik geloof

priester   Gelooft u in Jezus Christus, zijn eengeboren Zoon, onze Heer, die geboren is uit de maagd Maria, die geleden heeft, gestorven en begraven is, die uit de dood is opgestaan en zit aan Gods rechterhand?

allen       Ik geloof

priester   Gelooft u in de heilige Geest, de heilige katholieke kerk, de gemeenschap van de heiligen, de vergeving van de zonden, de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven?

allen       Ik geloof

priester   Moge de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons herboren heeft laten worden uit water en heilige Geest en ons vergeving schenkt, ons door zijn genade leiden op de weg van het eeuwige leven.

allen       Amen

Voorbeden, aan begin en einde wordt gezongen:

Klimmende Zon, Licht dat ons laadt met licht,

Liefde die liefde wekt, Vuur dat ons loutert,

voer ons de dood voorbij, Stem die ons roept,

Bron. Hart. Begin en Einde. Onze Vader.

VIERING VAN DE EUCHARISTIE

Bereiden van de tafel

Bidt allen dat ons offer aanvaard kan worden door God,

de almachtige Vader.

Moge de Heer dit offer uit uw handen aannemen tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige kerk.

Gebed over de gaven

Eucharistisch gebed

priester   De Heer zij met u

allen       En met uw geest

priester   Verheft uw hart

allen       Wij zijn met ons hart bij de Heer

priester   Brengen wij dank aan de Heer onze God

allen       Hij is onze dankbaarheid waardig

U danken wij, Heer God, omwille van uw heerlijkheid,

en om heil en genezing te vinden zullen wij uw Naam verkondigen, al onze dagen maar vooral op deze dag die Gij gemaakt hebt bezingen wij U. Want ons paaslam, Christus, is voor ons geslacht. Hij, die voor ons geworden is het Lam dat wegdraagt de zonden der wereld. Onze dood is Hij gestorven, voorgoed heeft Hij de dood ontwapend en gedood; Hij is opgestaan ten leven en alles heeft Hij nieuw gemaakt. Vreugde om het paasfeest vervult ons, mensen die op aarde wonen, vreugde vervult de engelen in de hemel, de machten en de krachten die U loven, die U dit lied toejuichen zonder einde:

Koor:

Heilig, heilig, heilig God hoogverheven.

Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.

Hosanna, hosanna in den hoge.

Gezegend Hij die komt in de Naam van de Heer.

Hosanna, hosanna in den hoge.

God, onze Vader, wij danken U met heel ons hart, want Gij hebt ons tot leven geroepen, Gij hebt ons bestemd tot geluk in Jezus, uw Zoon, onze Heer. In Hem zien wij uw goedheid en uw wil om ons allen te redden. Hij is het verlossende Woord, uw helpende hand. Nooit willen wij vergeten hoe Hij één werd met ons in lijden en dood. Onze last maakte Hij tot de zijne, zijn trouw werd de onze. Blijvend zijn wij U dank verschuldigd om Hem. God, onze Vader, wij vragen U: Zend over dit brood en deze wijn de kracht van uw Heilige Geest; dat zij voor ons het Lichaam en Bloed worden van uw veelgeliefde Zoon, Jezus Christus.

Toen het Paasfeest op handen was kwam zijn uur.

Hij had de zijnen in de wereld bemind; nu gaf Hij hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe. In het bewustzijn dat Hij van U was uitgegaan en naar U terugkeerde, heeft Hij het brood in zijn handen genomen, en zijn ogen opgeslagen naar U, God, zijn almachtige Vader, de zegen uitgesproken, het brood gebroken en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:

‘NEEMT EN EET HIERVAN, GIJ ALLEN, WANT DIT IS MIJN LICHAAM DAT VOOR U GEGEVEN WORDT.’

Zo nam Hij ook, toen zij gegeten hadden, de beker in zijn handen. Hij sprak de zegen en het dankgebed, reikte hem over aan zijn leerlingen en zei:

‘NEEMT DEZE BEKER EN DRINKT HIER ALLEN UIT, WANT DIT IS DE BEKER VAN HET NIEUWE ALTIJDDURENDE VERBOND, DIT IS MIJN BLOED DAT VOOR U EN ALLE MENSEN WORDT VERGOTEN TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN. BLIJFT DIT DOEN OM MIJ TE GEDENKEN.’

Verkondigen wij het mysterie van het geloof:

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert dat Gij verrezen zijt.

Trouw aan dit woord, Vader, gedenken wij Jezus Christus, uw

Zoon, onze Heer: zijn overgave in lijden en dood, de overwinning van zijn verrijzenis en de glorie van zijn hemelvaart. Wij bieden U deze gaven aan, het levende brood en de heilzame beker, terwijl wij vol vertrouwen uitzien naar zijn komst in heerlijkheid.

Zend nu, Vader, de Trooster en Helper in ons midden, uw Heilige Geest. Wek de gezindheid van Jezus Christus in ons hart. Sterk ons vertrouwen, verruim onze liefde. Raak ons met het vuur van uw Geest en breng ons elkaar nabij.

Vrijmoedig in deze Geest bidden wij U, Vader, voor uw heilige Kerk. Bescherm haar en leid haar; geef haar vrede en eenheid over de hele wereld. Geef wijsheid en kracht aan paus Franciscus, aan onze bisschop Willem en aan allen die Gij als herders in uw Kerk hebt aangesteld. Gedenk in uw goedheid ook degenen, die een bijzondere plaats innemen in ons hart en vergeet niet hen, die door de dood van ons zijn heengegaan. Samen met heel uw volk, met de maagd Maria, de moeder van de Heer, met de apostelen, martelaren en al uw heiligen;

samen ook met allen ter wereld, die op U hun vertrouwen hebben gesteld, vragen wij om uw barmhartigheid, erkennen wij uw grootheid en brengen wij U onze dank, door Jezus, uw Zoon, onze Heer.

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader 

Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd, uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren, en breng ons niet in beproeving maar verlos ons van het kwade.

priester   Verlos ons, Heer, ….

allen              Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.

Vredeswens

Lam Gods

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U over ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U over ons.

 

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

geef ons de vrede.

Communie

Slotgebed

Zegen

voorg.     De Levende zegene en behoede u.

De Levende doe zijn aangezicht over u lichten,

en zij u genadig.

De Levende verheffe zijn aangezicht over u,

en geve u vrede.

koor        Zegen ons en behoed ons, doe lichten over ons

uw aangezicht, en wees ons genadig.

Zegen ons en behoed ons, doe lichten over ons

uw aangezicht, en geef ons vrede.

 

De paaskaarsen worden aan de aanwezige vertegenwoordigers van de geloofsgemeenschappen van de St. Lucasparochie overhandigd, onderwijl zing het koor:

Alleluia, Alleluia, Alleluia

Slotlied (koor)                        

De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia.

Nu breekt de nieuwe lente aan, alleluia.

Want Jezus, onze Koning groot, alleluia.

verrees in glorie van de dood, alleluia. Alleluia, alleluia, alleluia.

 

Gij die de Vorst van vrede zijt, alleluia,

de schepping is om U verblijd, alleluia

De morgen van de eerste dag, alleluia,

zijt Gij verrezen uit uw graf, alleluia, Alleluia. alleluia. alleluia.

 

De Heer herwon zijn heerschappij, alleluia,

Hij maakt ons in zijn liefde vrij, alleluia.

Hij roept ons naar zijn paradijs, alleluia.

Zijn Woord en Brood zijn onze spijs, alleluia. Alleluia, alleluia, alleluia.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZALIG  PASEN