Preek v.d. Week Henk Bloem zondag 25 april 2021

4e zondag van Pasen 2021 B

Schriftlezingen: Handelingen 4:8-12 en Johannes 10:11-18

Petrus verwoordt waar het conflict tussen het oude Joodse en het ontluikende christelijk geloof om gaat: de Naam van Jezus Christus de Nazoreeër. Die Naam, zegt hij, betekent heil, redding voor ons. Merk op: ons! Hij wil niet alleen beschuldigen, maar ook werven! En nog iets bijzonders: bij de kruisweg en kruisdood van Jezus zag of hoorde je geen van de leerlingen Marcus 14:50 (en Matteüs 26:56) noteert zelfs dat ze hem allemaal in de steek lieten en Petrus ontkende dat ie ooit van Jezus gehoord had (Marcus 14:67, Matteüs 26:70 en Lucas 22:57)
En nu, na Pasen, heeft Petrus ineens de mond vol van Jezus Christus de Nazoreeër. Pasen heeft niet alleen iets met Jezus, maar ook met hem gedaan. Je ziet ook dat de eerste christenen vanuit hun opstandingsgeloof grenzen durfden te doorbreken en een bijna onaantastbaar gezag ter discussie durfden te stellen. Wat hen niet door iedereen in dank werd afgenomen. Zij waren subversief!
Petrus spreekt “vervuld van heilige Geest” (vers 8). Daarmee is hij één van hen die bij Pinksteren “vol van heilige Geest”(2:4) raken , zoals ooit Jezus al bij zijn doop (Lucas 3:22). Betekent deze vermelding dat de joodse leiders dat niet zijn? Hij smeert hen zeker geen stroop om de mond, maar spreekt tegelijk wel van “ons”. Voor Petrus (Lucas!) gaat het om leven of dood!

In het evangelie verheldert Jezus wat het betekent de Goede Herder te zijn. En dan blijkt dit lieve pastorale plaatje van een toegewijde herder met zijn schaapjes veel springstof te bevatten en helemaal niet idyllisch bedoeld te zijn. De Bijbel gebruikt het beeld van herder en kudde om het leiderschap kritisch te beoordelen. Vanouds worden de leiders van Israël ‘herder’ genoemd, maar lijnrecht daar tegenin zegt Jezus: “Ik ben de goede herder!” Met polemische nadruk op ‘ik’ en op ‘goede’. En als in een repeterend refrein horen we vijf keer: ‘Ik ben, Ik ben, Ik ken, Ik heb, Ik geef, Ik heb’. HIJ (die: IK) doet en is alles wat de eigenlijke herders moeten doen. Maar zij zijn geen GOEDE herders! (zie 9:40); het gaat hen alleen om het eigen hachje, de eigen positie. Jezus’ herderschap is ‘goed’, ligt in het verlengde van Gods herderschap (Ezechiël 34). De woorden van Jezus leiden tot een schisma (Grieks: schizein, scheuren) onder zijn toehoorders (vers 19). Ze moeten kiezen: en dat geeft spanning.

Maarten Toonder schrijft in Tom Poes en de meesterschilder: “Hier wordt het gevaarlijk. Hier gaat de gids niet verder mee.”
Meegaan als het gevaarlijk wordt, typeert de goede herder. Jezus doet dat ook: “Ik geef dan ook mijn leven voor mijn schapen.” Merk op: mijn schapen, en niet afstandelijk, neutraal ‘de’ schapen.
Je leven geven, kan sterven inhouden, maar is ook je eigen verdriet, vreugde, hoop en wanhoop, eenzaamheid en vertrouwelijkheid delen. Je kunt ook vragen: gelden deze criteria alleen herders of ook ouders, leiders, regeringskabinetten, verplegend personeel, kerkgemeenschappen…Het Griekse hègeomai betekent voorop lopen, of: dezelfde weg gaan als zij die volgen.

Henk Bloem, pastor.

Voor blogs bij de lezingen van deze zondag: lees hier.

Blogs van de week

Notities bij de lezingen van de vierde zondag van Pasen; over de wereldwijde roepingenzondag en tevens wereldwijde ramadan, over wortels en DNA.

Roepingenzondag
Als we lezen van de Goede Herder is het steeds roepingenzondag. Onze zondagslezing werd met echter met vers 18 afgesloten, zodat we niet meer hoorden dat deze woorden verdeeldheid, schisma of scheuring onder de Joden toehoorders opriep, zoals staat in vers 19. Maar dat lezen we mooi niet: het mocht eens mensen afschrikken! Dat zou niet passen bij het motto dat ons bisdom voor deze roepingenzondag rondzond: “Wees niet bang, kom dichterbij.” Maar je moet dus wel wat lef hebben nu we juist in afstand (1,5 meter), hebben leren denken.

Late roepingen!
Het was ooit een bekende term. Prachtig voorbeeld vind je in 1 Samuel 3 waar God de jonge Samuel roept. Die weet niet wat hij hoort en pas de derde keer dringt het tot hem door dat God roept. Maar dit verhaal doet je ook meteen vragen: is het nu laat geroepen of is het laat gehoord?

Langs een andere weg…
Voor de moslims onder ons is het RAMADAN (13 april-12 mei,). Weet u dat de moslims volgens de regels bij het beëindigen van de ramadan elkaar feliciteren en dan: langs een andere weg naar huis teruggaan dan ze naar de moskee gekomen zijn, om ook andere mensen te ontmoeten die niet zo op onze weg liggen en eventuele geschillen bij te leggen. Mooi gebaar dat inhoud aan het vasten geeft!
Ik dacht onmiddellijk aan de drie koningen, die “gingen langs een andere weg naar hun land terug” (Matteüs 2:12). En je voelt dat het niet alleen om korter, stiller, of betere navigatie gaat maar om een ommekeer in hun leven en denken! Ze zijn wijzer, wegwijzers voor de lezers van het evangelie geworden.

Tijdens DE RAMADAN zullen echte moslims nog geen druppel water tot zich nemen, en je begrijpt dat ze een beetje lachen als wij vertellen hoe wij vasten. Noem je dat ‘vasten’, zullen ze denken. En hun gewoonte om elkaar tijdens de ramadan op te zoeken, en eventueel banden weer aan te halen, zal dit jaar wel grotendeels in het water vallen. Jammer, van deze sociale kant van het vasten kunnen wij nog veel leren!
Boeddhisten kennen geen eigenlijke vastenpraktijk. Zij vasten juist door met meer aandacht en eerbied te eten. Ze oefenen het juiste eten.
In Jesaja 58 waar de Heer zegt: “Is dit vasten zoals ik het wil”, hoor je aan de verwijtende vraag al dat ons joods-christelijk vasten al ten tijde van Jesaja ontspoord was.

Het bezoek van paus Franciscus aan de Irakese Chaldeeuwse kerk is van ongelooflijke waarde. De plaatselijke patriarch zei: “Ik vreesde al voor het einde van het Christendom in Irak, maar u hielp ons na de ISIS aanval van 2014, in ons vaderland te blijven. Velen zijn ook al teruggekeerd naar vlakte van Ninive. Nu is het ook aan ons om te zorgen dat onze geestelijke schat wordt doorgegeven.” Als je hier niks van weet – en anders ook – is het de moeite waard even te kijken op Safari of Google: Bijbel, de vlakte van Ninive. Daar liggen onze Bijbelse wortels.

Wat is het DNA van Volzin? vraagt het maandblad VOLZIN, een blad voor religie en levensbeschouwing dat relevante religiejournalistiek wil brengen. Mooie vraag die je ook los zou kunnen laten op onze cultuur – heeft die een christelijk DNA? Onze kerk? We lazen dat De beweging voor Barmhartigheid aan onze regering een cursus aanbiedt, juist omdat er de laatste tijd zoveel onbarmhartige besluiten zijn geweest, zoals de toeslagenkwestie , de compensaties voor Groningers, het weren van vluchtelingen, het kinderpardon enzovoort. Een cursus in de hoop op een barmhartige regering die onze gelovige inspiratie niet achter de voordeur of onder het tapijt stopt.
In De gehavende boom van Maria B., een verhaal rond incest, staat de zin: “Nu denk ik waarom kwam haar moeder niet ronduit voor haar kind op, waarom geen oplossing gevonden tegen zijn (van de vader! – HB) onbarmhartigheid in?”. De cursus in barmhartigheid wordt precies om deze redenen aangeboden. Beter laat dan nooit.

Reclame: Het plus van de godsdienst
In zijn boek Moraal (2020) zegt rabbijn Jonathan Sacks dat we godsdienst nodig hebben: “Godsdienst heeft echt iets toe te voegen aan het debat en aan de samenleving, ongeacht zijn metafysische grondslagen. Het vormt gemeenschapen, bevordert gezagsgetrouwheid, helpt om op de lange termijn te denken. Op zijn simpelst gezegd wekt de religieuze mentaliteit op tot transcendentie. Ze verlost ons van de eenzaamheid. Ze beukt barsten in het pantser van de individualiteit en breekt ons open voor anderen en voor de wereld.” Sacks ziet dat we de moraal in onze westerse cultuur zijn kwijtgeraakt. Allerlei structuren vallen uit elkaar en een steeds feller publiekelijk debat stagneert maatschappelijke vooruitgang. Als we werkelijk geven om de toekomst van de westerse beschaving, zegt hij, moeten we bouwen aan een gemeenschappelijke morele basis. Nota bene, op 7 november 2020 stierf hij.

Henk Bloem, pastor