Weeklezing Henk Bloem 21 juli 2019

16e zondag door het jaar 21 juli 2019 C

Schriftlezingen: Gen. 18.1-10a; Col. 1.24-28; Luc. 10.38-42.

Abraham ziet drie mannen (vers 2) maar praat of het er één is: “ADONAI” = mijn Heer. Of zonder hoofdletter: “mijn heer”. Dacht Abraham meteen aan God?  Hij heeft een heilige eerbied voor gasten, voor gastvrijheid, want hij kan zomaar engelen ontvangen (Hebreeën 13.1). En, hoewel -volgens Recht 13.16 – engelen niet eten, zet hij hen een maaltijd voor.

Roebljov interpreteert de 3 gasten op zijn icoon als H. Drie-Eenheid / Drievuldigheid. Vuldig omdat zij drie zijn, één omdat ze samen de ondeelbare ene God zijn. N. Tromp & J. Maas beschrijven hoe Rembrandt dat 2 eeuwen later doet: “Abraham ontvangt gastvrij God, ontvangt’ dan zelf de belofte van een zoon, die zijn vrouw Sara dan  lijfelijk zalontvangen’. Abraham (en Sara) worden van gastheer tot gast, en God wordt van gast tot gastheer. En Sara wordt op ongedachte wijze in beeld gebracht. Gastvrijheid kan het leven van de mens een onverwachte wending geven: “vergeet de gastvrijheid niet, door haar hebben sommigen zonder het te weten, engelen onthaald”. (Hebr. 13.2)

Het evangelie sluit af met “ga en doe ook zo”. Lucas specificeert dat ‘doen’ aan de hand van  Martha en Maria. Twee zussen, bloedverwanten, deels overlappende namen; ze zijn bijna niet uit elkaar te houden. Net zomin als Doen/Dienen (zie Luc. 10.28-37) en Leren/Studie binnen Jodendom en  jonge kerk. Wat is ‘t belangrijkst? Martha wil het nu wel eens van de Heer zelf horen. (Hetzelfde probleem in Handelingen 6.1-6 ).

Zij ontvangt Jezus. Regelt, zorgt voor alles. Zus Maria ontvangt Jezus ook – is ontvankelijk met haar oren. Luistert, heeft aandacht voor hem en voor wat hij zegt. Ze zit aan zijn voeten, hangt aan zijn lippen – wat eigenlijk een mannenzaak was. Grieks en Hebreeuws hebben niet eens een vrouwelijk woord voor ‘leerling’; net zo min overigens als wij voor notaris, arts, loodgieter enz. 

Martha
krijgt haar uitspraak: In je Druk-zijn, kun je ‘t gevaar lopen aan je gast – waar het toch om gaat – voorbij te lopen. Het kan TE zijn/worden. Activisme kan verstikkend werken zoals Lucas  8.14; 21.34; 12.11; 22.25.26 zegt met het woord ‘merimnai’ = beslommeringen. 

Wat nodig is, het enige wat nodig is, is ‘bij de Heer’ zijn. Is: Hem laten doen, en niet zelf doen. Dat is geen onderwaardering van huishoudelijk werk, of zelfs van gastvrijheid. Het is: ‘the heart of the matter’. De scène met de 2 zussen brengt zo een belangrijke noot aan bij het “Doe dit en je zult leven” en het “Ga en doe evenzo”. (10.28 en 37)

Henk Bloem, pastor

Bij de ingang van het klooster St. Maur (in de Loire) staat:

De gemeenschap van St. Maur is blij
dat ze u op uw reis rust kan aanbieden.
Wees er echter niet mee tevreden
dat u van ons, die in deze abdij leven, profiteert.
Laat ons ook profiteren van de wijze waarop u leeft,
van wat u weet,en waarop u hoopt.
Schenk ons de gemeenschap met u
als wedergave voor het samenzijn met ons.
De abdij van St. Maur zal dát zijn
wat we hier gezamenlijk doen.

BLOGS

1.Prof. Marcel Poorthuis, hoogleraar: Jodendom,- christendom schrijft: “Na lange discussies besloten ze dat LEREN beter is dan DOEN. Want Leren leidt tot Doen. Merk de paradox op: de keuze is voor het eerste; maar de motivatie voor het eerste is gelegen in het tweede: leren is alleen daarom het belangrijkste, omdat het tot handelen leidt. Leren dat daartoe niet leidt, is gevaarlijk: hoogmoed komt voor de val.”   


2.
Suzanne Jansen schrijft: “Kunst geeft je de mogelijkheid anders naar de dingen te kijken; de dingen te zien zoals je ze nog nooit gezien hebt. Daarmee opent kunst werelden. Want als iets totaal anders kan zijn dan je altijd dacht, dan kan alles totaal anders. (Trouw 2017)

Ik dacht: zou dat ook voor de Bijbel gelden? Dat je er een andere kijk op medemensen, op barmhartigheid, op gastvrijheid, van krijgt? En van literatuur?? J. Saramago schrijft (‘De stad der blinden’ A.dam 1998), over het binnensluipen van het kwaad; “… omdat de ene blinde niet ziet wat de ander doet of laat.” De enige die nog ziende is, stelt de ondergrens: we moeten wel menselijk blijven. Daarvoor worden 4 voorwaarden genoemd waarbij ook staat: verhalen vertellen. En iemand  zegt: “Wat zouden we een geluk hebben als iemand de bijbel van buiten kende.” (blz. 102)

  1. de Saint-Exupery, ‘De kleine prins’, blz. 60 stelt de koopman tegenover de kleine prins. De koopman die dorstlessende pillen verkoopt: Dat geeft een hele tijdsbesparing. En het kleine prinsje dat heel rustig naar een bron zou willen lopen!

 En Ida Gerhardt dicht:

HOLLAND                                                                                                                                                                                

Ik werk graag op een klein bestek gewoon een weiland: zo’n perceel                                                                                                                    begrensd door sloten en een hek. dichter, vraag voor u zelf niet teveel,                                                                                                                              Maar vecht voor uw gerechte deel:  houd u de wereld van de nek.

Ik stél wel graag een vaste grens:  het Hollands polderland gewend                                                                                                                                     zit ik – ik kén dat drassig gras – content te werken op mijn jas,  en kom op gang.

Ik héb mijn wens:  hoe kleiner veld hoe scherper lens.