Weeklezing Henk Bloem 24 maart 2019

 3e zondag van de 40-dagentijd,  24 maart 2019 C

Schriftlezingen:  Exodus 3.1-8.13-15; 1 Kor. 10.1-6.10-12; Lucas 13.1-9

De eerste lezing vertelt de 3e stap die je moet weten om met Pasen gedoopt te worden: De roeping van Mozes. We leren hem kennen als herder – een goed voorteken, want: Abraham was herder, David wordt achter de schapen vandaan gehaald en Jezus tussen de schapen geboren. Niks idyllisch of pastoraals:  ‘Herderschap’ is de Bijbelse correctie op het bekende autoritaire ‘alleen Heerserschap’.

Herder Mozes gaat de woestijn in – weg uit de drukte en in de ‘van alles en iedereen verlaten-heid’ ontmoet hij God. Die ‘laat zich aan hem zien’ als een engel / een postbezorger. Mozes ziet; en de Heer ziet de ellende van zijn volk. Het ‘zien’ maakt deze Godservaring heel concreet – deel van dagelijks leven! ‘Zien’ en ‘Visie‘ liggen  hier dicht bij elkaar.


Mozes ziet een doornstruik in lichterlaaie. Vuur – kan je verteren zoals liefde en haat aan je kunnen knagen. Dit vuur verschroeit niet – geeft aan dat hier meer dan het gewone, een heilige plaats is. Hier hoort hij Gods Stem, zijn Woord. Merk op dat Mozes niet God ziet! Hij hoort (en je gaat wel voor hem door ‘t vuur) en bedekt zijn gezicht, beseffend dat hij God ontmoet.
Prachtig dan Gods woorden: “Ik heb gezien….Ik heb gehoord…Ik ken zijn lijden…Ik daal af om te bevrijden.” Geen ongenaakbare, en onberekenbare God. Maar een God die ziet, hoort, kent en afdaalt!!! De vier onuitsprekelijke letters JHWH, betekenen ‘die altijd-durende-nabijheid’… Met zo’n belofte kun je verder!


De eerste verzen van Lucas 13 weerspiegelen het geloof: “God straft onmiddellijk” of, “als jou kwaad overkomt, dan zul je het wel verdiend hebben”.  Jezus denkt anders over de Vader en geeft God niet de schuld. Hij maakt bewust dat iedereen een rugzakje heeft, dat op ieder wel wat aan te merken is, dat iedereen ‘een dokter’ (5.27) ‘bekering’ nodig heeft (15.7). Onze paus draagt dat uit als hij de ‘grote jongens’ in gevangenissen bezoekt; “Ik ben jullie broeder”, zegt hij dan! “Iedereen heeft wel iets waar hij van gereinigd moet worden.” De ander is ‘als jezelf’ – dát is het criterium van omgaan met elkaar. De parabel van de vijgenboom illustreert Gods geduld. En ‘geduld’ is liefde, zegt T. Halik in de lijn van 1 Kor. 13.4) en van ons lied: ‘de liefde is geduldig‘.  Volgens de bedrijfslogica had hij moeten zeggen: “omhakken!” Maar zou goedheid de bedrijfseconomische logica niet buitenspel moeten zetten of overstijgen? Dat heet barmhartigheid, daar zit ‘hart’ in, en ook ‘als jezelf’. En daarom staat die vijgenboom er over drie jaar waarschijnlijk nog! God zij dank.
Henk Bloem, pastor

‘Heilige Grond’
Onze eerste taak in het benaderen van andere mensen een andere cultuur, een andere religie is onze schoenen uitdoen want de plaats die wij naderen is heilig.

Doen we dit niet dan zouden we misschien de droom van een ander vertrappen.
Erger is nog dat we zouden vergeten dat God daar was voordat wij er kwamen.
(Anoniem)

Blogs

  1. Uit Vastenkalender van Misereor (Duitsland) – weet je dat ieder van ons elk jaar minstens 55 kilo weggooit. En dat er 870.000.000 mensen op deze wereld honger lijden. En dat een helikopter landingsplaats voor Amazon wordt aangelegd, terwijl in New York City de meeste daklozen zijn.
  2. In de bijbel wordt het beeld van herder en kudde niet gebruikt om vredige pastorale sfeer op te roepen. Evenmin om volgzaamheid en gehoorzaamheid te verbeelden, maar om leiderschap kritisch te beoordelen. Een vader schijnt ooit gezegd te hebben: “Ik ben hier niet om altijd aardig voor jullie te zijn, maar om jullie vader te zijn”. Deze vader was waarschijnlijk een goede herder.

Zie: M. Poorthuis, ‘Managen met Mozes; lessen uit de woestijn voor leiders van vandaag.’ Stichting Pardes, 2018

  1. Het bed

                De geur van je haar als de reuk van eensgezindheid sinds lang verbrand braambos.

                Deze plaats was heilig, er ontstond leven, er werd geschreid, gelachen, geleden, gezweet:  God was in het vuur.

               Stil maar: God is in de as nog aanwezig.

              (F.Muller)

  1. R.Diekstra, De kwestie van geluk, 12…. “Op de veranda trekken we onze schoenen uit en stappen op kousenvoeten naar binnen. Het voelt aan als een zuiveringsritueel. Alsof we met onze laarzen en het vuil dat eraan zit, ook het vuil en de rottigheid van de wereld (en van onszelf…want ‘die wereld’ is ‘als jezelf’) buiten hebben gesloten”.

5.      De aarde zit boordevol hemel en elke struik, hoe gewoon ook, staat in lichterlaaie van God.

         Maar enkel die het ziet doet zijn schoenen uit.

         De rest zit erom heen en plukt bramen.

                (Elisabet Browning)

  1. H. Kushner, ‘Als het kwaad goede mensen treft’, 14 ziet dat wij mensen vaak veronderstellen dat ze/we verantwoordelijk zijn voor wat ons overkomt. Een van de manieren waarop mensen generatie op generatie hebben geprobeerd het lijden van de wereld een zin te geven is door aan te nemen dat we krijgen wat we verdienen, dat ons ongeluk op de een of andere wijze de straf is voor onze zonden. Wie, zegt hij, heeft ons geleerd te geloven dat God zo is? Het past in ieder geval niet bij het beeld dat Jezus schetst: Dat God als een herder is, die de hele kudde alleen laat om dat ene verloren schaap terug te halen. En eenmaal gevonden, slaat en schopt hij ‘t schaap niet terug naar de kudde, maar legt het vol blijdschap op zijn schouders en draagt het terug.
  2. In het huis van Gebed en Studie in Nes Ammin hangt deze tekst van de Duits-joodse Gerty Spies – een overlevende van de Holocaust.

          Het is in het Engels; ik probeer de betekenis weer te geven

         Wat is de schuld van de onschuldigen?

         Wanneer begint ‘t?

          Het begint wanneer hij – heel kalm zijn jas aantrekt, zijn schouders flink ophaalt de jas dicht knoopt een sigaretje aansteekt – en             zegt ik kan d’r niks aan doen.

         Kijk daar begint de schuld van de onschuldigen.