Weeklezing Henk Bloem 20 september 2020

Schriftlezingen: Jesaja 55.6-9 en Mattheus 20.1-1625e  zondag door het jaar 20 september 2020 A

“Zoekt de Heer”, is niet het begin van het spelletje verstoppertje. Parallel daaraan staat: “Roept Hem aan, Hij is dichtbij”. Beide keren is duidelijk dat hij juist geen verstoppertje speelt, niet ver weg is, maar klaarstaat om alle oud zeer te vergeven en te vergeten aan wie hem opzoekt. Geen onberekenbare en strenge God, die angst inboezemt. Integendeel: Hij wacht er als het ware op dat we hem (op)zoeken en dat Hij met zijn gedachten en wegen de kans krijgt. Inderdaad, Gods gedachten en wegen zijn van een andere orde dan die van ons – gaan de onze te boven. Zoals ook Jezus Petrus terecht zal wijzen: “Jouw gedachten zijn niet Gods gedachten, maar die van mensen”.( Mat. 16.23). Petrus heeft hele andere ideeën in zijn hoofd dan Jezus.

Het Koninkrijk der hemelen, moet je dat verdienen, of krijg je het? De parabel daarover zit niet voor niets ingeklemd tussen 2 statements over Eersten (de Hoogvliegers) en Laatsten (de onderkant). (19.30 en 20.16)

De grondbezitter betaalt zoals afgesproken voor een hele dag 1 denarie; het normale CAO afgesproken bedrag. De volgenden, die wel wilden werken, maar niemand wilde hen (vers 7) – zal hij geven (niet betalen!!), gratuit (daar zit gratis in) geven wat ‘rechtvaardig’ is. (vers 4 en 13). Niet naar wat ze hebben verdiend, maar naar wat ze nodig hebben. Goedheid reilt verder dan wat rechtens moet. Dat is genade. De wat pesterige volgorde bij het uitbetalen zorgt dat de clou je niet kan ontgaan!

De parabel wil winnen voor Gods goedheid die alle ‘laatsten’ gelijk aan (zie vers 12 en vers 14) ‘eersten’ (vers 8-10) wil maken. Niet door uit te gaan van wat ze verdienen, maar van wat  ‘billijk’, ‘rechtvaardig’ is. Daarbij gaat ‘t niet om juridisch recht – rijdende rechters. Misschien is ‘gerechtigheid’ beter,  aansluitend bij Jezus’ woord: “Als jullie gerechtigheid die van Farizeeën en schriftgeleerden niet overstijgt, zult u het rijk der hemelen niet binnengaan” (5.20). De wijngaard des Heren draait niet op prestaties, op Streberei, op wie de beste is, maar op de grondrechten van ieder mens, op mensenrechten.

Het ‘jaloers zijn’ (Grieks: slechte oog, oftewel kwaaie blik)) staat ook bij de lijst van ‘slechte dingen’ die uit het binnenste van de mens komen (Marcus 7.22). De wortel lijkt dat je de ander de baas wilt zijn of zelfs, er onder wilt houden. (hb).

Arthur van Schendel, ‘Angiolino en de lente’, schrijft over armen die zitten te bedelen:

“En anderen ergeren zich omdat zij denken dat wij lui zijn, maar hoe zij zichzelf ook met hun dagelijksch werk vermoeien mogen, de vermoeienis van het afwachten kennen zij niet”.

BLOGS

  1. De thematiek: Eerste/Grootste en Laatste/Minste neemt een grote plaats in in het evangelie; Bijv. Mat. 18 en 19; en 20.28; 23.6-12. Jezus verschilde op dit punt steeds van mening met zijn leerlingen, die zich zijn visie maar lang- en moeizaam eigen maken. In onze wereld wordt meer geruild dan ontvangen. Dat ze laatsten zijn, geen werk, geen geld hebben, hoeft niet hun schuld te zijn. Ze kunnen ongewild in deze situatie geraken

De grote  omwenteling (‘metavoeite‘ in 4.17) waartoe Jezus oproept en die hij voorleeft is dat ook de laatsten mens zijn; mensen als jijzelf. Sluit dit niet aan bij de thematiek, door de coronacrisis nog aangewakkerd, van een groeiende tweedeling tussen: Rijk en Arm, Hoogopgeleid en Achterstandswijken, witte boorden en het vuile werk; enz. met de oordelende waardering die daarbij hoort ???

1.ZOEKEN en VINDEN

1a. Zie voor dit ‘Zoeken’ bv Ex. 33.7; Deut. 4.29;  Psalmen 27; 34; 119

1b. Dietrich Bonhoeffer schrijft:

Wie God in het kruis van Jezus gevonden heeft,

weet hoe wonderlijk God zich in deze wereld verbergt,

en hoe Hij juist daar het meest nabij is

waar wij denken dat Hij het verst weg is.

1c. Anselmus van Canterbury schrijft: “Heer mijn God, leer mijn hart waar en hoe het U zoeken moet, waar en hoe het U kan vinden, Heer. Indien Gij niet hier zijt, waar moet ik U, hier afwezige, dan zoeken? Indien Gij echter overal zijt, waarom zie ik U, overal aanwezige, dan niet? … Leer mij U te zoeken, maar toon U ook aan wie U zoekt. Want ik kan U niet zoeken, als Gij mij niet onderricht, U niet vinden, als Gij U niet toont.” zie Getijdenboek, jaar II, deel 1, blz.25-26.

  1. Mensenrechten:

2.a Op 10 december 1948 is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen. De Paus spreekt van 3 T’s: Recht op Terra (=Land), Trabajo (=werk), Teto (=dak boven je hoofd).

Cc. Wrembek, ‘Judas der Freund’, S 19 ‘Gerechtigheid geeft wat een mens verdient. Barmhartigheid geeft wat een mens nodig heeft’.

En is de hemel nou iets wat je verdient, of wat je krijgt?

2.b STRIJDEN VOOR GERECHTIGHEID.

Stel uw bezit, uw krachten en uw gaven in dienst van den strijd voor gerechtigheid.

Strijdt mee voor het sloopen van de harde muren, die zoovele eeuwen scheidden mensch van mensch.

Strijdt mee voor het recht van alle menschenkinderen om als mensen te leven en te sterven (…)

Wilt gij dezen weg gaan?

Henriette Roland Holst (1869-1952)

Gelijk oversteken.

Een Italiaanse civiel-arbeider bracht me elke dag, 6 maanden lang, een stuk brood en de resten van zijn eten. Gaf me een trui vol gestopte gaten, schreef een kaart voor me naar Italië en bracht me het antwoord. Voor dat alles wilde hij niets terug, omdat hij een goed, eenvoudig mens was en niet geloofde dat je om goed te doen er iets voor terug moest krijgen.
Primo Levi, ‘Is dit een mens’, blz.1

MORIA

Politieke leiders spreken over vluchtelingen in aantal en die aantallen moeten terug naar nul! Maar gaat ‘t over aantallen, of over mensen met dromen, een onvervreemdbare menselijke waardigheid?

Open staan voor vluchtelingen, niet omdat ze ons meer welvaart of vrede brengen, maar omdat het onze plicht is. Mensenrechten. En heeft de coronacrisis ons er niet met de neus opgedrukt hoe wezenlijk verbondenheid is voor ons mens-zijn?

 

 

 

 

 

 

 

 

Een troostgedicht in coronatijd

 

De nachtegalen

Ik heb van ‘t leven vrijwel niets verwacht

‘t Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.

Wat geeft het? – In de koude voorjaarsnacht

Zingen de onsterfelijke nachtegalen.

J.C. Bloem