Weeklezing Henk Bloem zondag 18 november 2018

DE ZONDAG INLEZEN 33e zondag door het jaar B, 18 november 2018
S  Schriftlezingen:
Daniël 12.1-3; Marcus 13.24-32

De voorlaatste zondag van het kerkelijk jaar. Weer een nieuw jaar, en dat gaat maar door. Is dat eindeloos? Eindigt dat ooit? De lezingen spreken van het einde van alle dingen; van een tijd van grote nood en verwarring waarin alles ineen stort. Sommigen berekenen wanneer dat zal zijn, en gaan een berg op. Maar gaat het wel om een bepaalde moment? Is het niet veel meer dat deze woorden over het einde gebruikt worden om te vragen: Waar gaat ‘t uit-eindelijk om? Wat doet er ten-slotte toe? Zijn woorden als ‘uiteindelijk, ten-slotte, definitief, einde van de wereld’, niet veel meer existentiële woorden die ons doen vragen: waar gaat het eigenlijk om in het leven? Waartoe zijn we eigenlijk op aarde?

Als een echtgenote tegen haar geliefde zegt: “Ten-slotte houden we toch van elkaar”, doelt ze niet op het laatste moment van hun leven. Ze bedoelt: “Tuurlijk waren er troubles, tuurlijk botsten we wel eens, maar diep daaronder houden we toch van elkaar!” Ze duidt op de kern, de dragende kracht van hun relatie: “Houden van elkaar”. Zoals bij pelgrims vanaf het begin van de lange voettocht het einddoel: ‘Santiago’, door het hoofd speelt en hen motiveert tot volhouden en doorzetten, zo duidt het bijbelse ‘de eindtijd, het einde van de wereld’ niet op een specifiek moment. Dat weet niemand – en niemand weet zelfs: óf! Maar we zouden ons allemaal kunnen afvragen: waar het in ons leven uiteindelijk, tenslotte om gaat. En is dat niet dezelfde vraag als: “Waartoe zijn we op aarde”?

Daniël – het enige OT boek dat over dat uiteindelijk spreekt – spreekt van ‘een tijd van nood’ en ‘verschrikkingen’ om ons in te prenten dat we de vragen rond ‘ten-slot-te en uit-einde-lijk, niet zomaar aan de kant kunt schuiven als: dat zien we later wel. Ze slaan niet op één bepaald moment, op één ‘wanneer’. Elk moment is belangrijk. Elk moment is een moment waar ‘t tenslotte om gaat en op aan komt. En Daniel ziet dat bij tenslotte en uiteindelijk ook hoop, verrijzenis en ‘eeuwig’ horen – het einde blijkt een nieuw begin. En volgens Jezus in Marcus 13 moet je niet alleen aan verduistering en verwarring denken, maar ook aan de komst van de Mensenzoon, die zijn uitverkorenen verzamelt. Beiden spreken over ‘t einde maar vullen het met hoop. Daar draait ons leven tenslotte toch om.

Henk Bloem, pastor

Ik weet niet meer ‘t begin, en evenmin zie ik het eind. Hier ben ik, tussenin twee ongewetenen, alleen vermoedend, hopend: in ‘t einde vind ik het begin. (G. Wijdeweld) .

BLOGS

  1. Het doel en de middelen.
  • Grün, Bezielend leidinggeven, blz. 127 citeert met instemming Mark Twain:“Toen ze het doel uit het oog verloren hadden, verdubbelden ze hun inspanningen” om aan te geven dat je zonder focus, zonder doel, niet consequent en rustig je werk, je leven kunt doen.
  • naar: A.de Saint Exupery: Iemand verkoopt dorstlessende pillen. De kleine prins vraagt: “Waarom verkoop je die?” De koopman antwoordt: “Het blijkt een grote tijdsbesparing. De geleerden hebben het uitgerekend: Je spaart drieënvijftig minuten in de week”. “En wat doe je dan met die drieënvijftig minuten? ….” “Als ik drieënvijftig minuten over had”, dacht het prinsje bij zichzelf “dan liep ik heel rustig naar een bron”.
  • Loesje – de bekende – zegt: “Als je het doel niet weet, kom je altijd aan”!!
  1. Van horen zeggen                                                                                                                                                                                               Ik hoorde: wees niet bang voor leven en dood – geef mij maar de vrijheid, water en brood.

Ik hoorde van oorlog, water en vuur –vertel mij van vrede, hier in dit uur.

Ik hoorde: geen tijd, geen geld, geen gehoor – maar ik weet, zeeën, die stromen maar door, eindeloos zoeken planeten hun baan – nog lichtjaren langer zal liefde bestaan.

(Hein Stufkens)

3.Ten- slot- te

Fragment

Dit is niet het einde van het lied.

Alleen… ik kan niet verder zingen.

Dit is niet het einde van de weg het is pas het begin.

Alleen… ik weet niet hoe ik verder moet.

Hoe deze woestijn een besproeide hof kan worden… Ik weet het niet.

Maar God is nog altijd de God wiens Naam is: IK BEN ER.

(uit: Onder uw vleugels)