Witte donderdag 1 april 2021 19.00 uur vanuit Achterveld

Link viering: https://www.youtube.com/channel/UC-nQ0vDbVUL8zOAY-y6pFUA

Liturgieboekje in PDF: Witte Donderdag liturgieboekje 2021

Liturgieboekje in WORD:

Witte Donderdag 1 april  2021

Sint Lucasparochie

Achterveld

 

 

 

 

 

 

Voorgangers: pastor Harrold Zemann, diaken Rini Bouwman

Cantores St. Caeciliakoor Barneveld – organist Frank Schotel o.l.v. Carla Schulte

Openingslied (cantores)

Hij die gesproken heeft een woord dat gáát,

een tocht door de woestijn, een weg ten leven,

een spoor van licht dat als een handschrift staat

tegen de zwartste hemel aangeschreven:

Hij schept ons hier een nieuwe dageraad,

Hij roept ons aan, ‘Ik zal jou niet begeven’.

Hij die ons in zijn dienstwerk heeft gewild,

die het gewaagd heeft onze hand te vragen:

die ons uit angst en doem heeft weg getild

en ons tot hier op handen heeft gedragen;

Hij die verlangen wekt, verlangen stilt

vrees niet, Hij gaat met ons een weg van dagen.

Van U is deze wereld, deze tijd.

Gij hebt uw stem tot op vandaag doen klinken.

Uw naam is hartstocht voor gerechtigheid,

uw woord de bron waaruit wij willen drinken.

Gij die tot hiertoe onze toekomst zijt

dat wij niet in vertwijfeling verzinken.

Begroeting en inleiding

Gebed om ontferming

Heer, U hebt op deze avond uw apostelen uitgenodigd aan uw Maaltijd, ontferm U over ons

  • Heer, ontferm U over ons

Christus, U komt in de heilige communie zelf bij ons, om ons voedsel te zijn, ontferm U over ons

  • Christus, ontferm U over ons

Heer, U geeft ons de Geest opdat wij ons klein durven maken en van uw liefde kunnen getuigen, ontferm U over ons

  • Heer, ontferm U over ons

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

  • Amen

Gloria (cantores)

De kerkklokken worden geluid.

Eer aan God in den hoge

en vrede op aarde aan de mensen die hij lief heeft,

Wij loven u, wij prijzen en aanbidden u,

Wij verheerlijken u en zeggen u dank voor uw grote heerlijkheid.

Heer God, hemelse koning, God almachtige Vader,

Heer, eniggeboren Zoon Jezus Christus.

Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader,

Gij, die wegneemt de zonden der wereld, ontferm u over ons.

Gij die wegneemt de zonden der wereld, aanvaard ons gebed,

Gij die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm u over ons.

Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer.

Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus,

Met de Heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader

Amen.

Gebed

LITURGIE VAN HET WOORD

Eerste lezing: Uit het boek Exodus (Ex. 12, 1-8, 11-14)

In die dagen richtte de Heer het woord tot Mozes en Aáron

in Egypte en sprak: „Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand, als de eerste maand van het jaar.

„Maak aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend: „Op de tiende van deze maand moet ieder gezin een lam uitkiezen, ieder huis een lam.

„Als een gezin te klein is voor een lam, dan moeten ze,

rekening houdend met het aantal personen, samen doen met hun naaste buurman.

„Bij het verdelen van het lam moet er rekening gehouden worden met ieders eetlust.

„Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig. „Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen.

„Ge moet de dieren vasthouden tot aan de veertiende van de maand. „Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël

ze slachten in de avondschemering.

„Vervolgens moet gij wat bloed nemen en dat uitstrijken

over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur

van alle huizen waar het lam gegeten wordt.

„In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden,

op het vuur gebraden. „Het moet gegeten worden met ongezuurd brood en bittere kruiden.

„En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten:

uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid en uw stok in de hand. „Haastig moet ge het eten want het is pasen voor de Heer. „Deze nacht zal Ik door Egypte gaan

en alle eerstgeborenen van Egypte, zowel mensen als dieren

zal Ik slaan. „Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken. „Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn

dat gij daar woont. „Als Ik het bloed aan uw huizen zie zal Ik u voorbijgaan. „Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla.  „Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken,

ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer.

„Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een eeuwige instelling vieren.”

Woord van de Heer Wij danken God

Psalm 118 (cantores)

Mijn God, zijt Gij, U wil ik danken, mijn God, U in de hoogte steken.

Ik spreek U uit, ik noem uw Naam, zowaar als ik leef.

Mijn God zijt Gij, U wil ik danken zowaar als ik leef.

Ik was gevangen en riep: God en Hij heeft mij geantwoord.

Hij heeft mij de ruimte gegeven, Hij komt voor mij op als een vriend.

Beter te schuilen bij God, dan te vertrouwen op mensen,

beter te schuilen bij God, dan te vertrouwen op macht.

Ik was geslagen, maar God heeft mij overeind geholpen.

Ik zal niet sterven, ik zal, leven Hij tilt mij op.

Mijn God, zijt Gij, U wil ik danken, mijn God, U in de hoogte steken.

Ik spreek U uit, ik noem uw Naam, zowaar als ik leef.

Tweede lezing: uit de eerste brief van Paulus aan de Kerk van Korinte (1 Kor. 11,23-26)

Broeders en zusters,

Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen

die ik u op mijn beurt heb doorgegeven: dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: „Dit is mijn lichaam voor u. „Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker met de woorden: „Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. „Doet dit elke keer dat gij hem drinkt tot mijn gedachtenis.” Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt

verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij wederkomt.

Woord van de Heer Wij danken God

Lied (cantores)

Eat this bread, drink this cup, come to him and never be hungry.

Eat this bread, drink this cup, trust in him and you will not thirst.

Evangelie

Lezing uit het heilige Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes (Joh.13, 1-15)

V: De Heer zij met u

A: En met uw geest

Het paasfeest was op handen. Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader,

en die de zijnen in de wereld bemind had gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe. Onder de maaltijd, toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon, het plan had ingegeven om Hem over te leveren, stond Jezus van tafel op. In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde, legde Hij zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgorde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen

en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen.

Zo kwam Hij bij Simon Petrus die echter tot Hem zei:

„Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?” Jezus gaf hem ten antwoord: „Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet maar later zult gij het inzien.” Toen zei Petrus tot Hem: „Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen !” Jezus antwoordde Hem: „Als gij u niet door Mij laat wassen kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.” Daarop zei Simon Petrus tot Hem:

„Heer, dan niet alleen mijn voeten maar ook mijn handen en hoofd.” Maar Jezus antwoordde: „Wie een bad heeft genomen,

behoeft zich niet meer te wassen tenzij de voeten, hij is immers helemaal rein. „Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen.

“Hij wist immers wie Hem zou overleveren. Daarom zei Hij:

Niet allen zijt gij rein. Toen Hij dan hun voeten had gewassen,

zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan sprak Hij tot hen: „Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?

„Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik. „Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen.

„Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.” want dat ben Ik. Welnu, als Ik, jullie Heer en meester, jullie voeten heb gewassen, dan behoren jullie ook elkaar de voeten te wassen. „Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.”

Acclamatie (cantores)

God in de hemelen: zie naar uw mensen wijs ons de weg van het leven

Overweging

Orgelmeditatie

Voorbede – Acclamatie (cantores)

Misericordias Domini in aeternum cantabo

Offerande  

Lied (cantores)

Ubi caritas et amor,

Deus ibi est.
Congregavit nos in unum

Christi amor.
Exsultemus et in ipso jucundemur.
Timeamus et amemus

Deum vivum.
Et ex corde

diligamus sincero.

Waar liefde is,

daar is God.

De liefde van Christus

heeft ons verenigd.

Laat ons juichen en

blij zijn in Hem.

Laat ons de levende

God vrezen

en met een oprecht hart liefhebben

Gebed over de gaven

Eucharistisch gebed

De Heer zij met u – En met uw geest

Verheft uw hart – Wij zijn met ons hart bij de Heer

Brengen wij dank aan de Heer, onze God –  Hij is onze dankbaarheid waardig

Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij U danken, altijd en overal door Christus onze Heer.

Hij, priester bij uitstek die in eeuwigheid blijft, heeft gezegd hoe zijn offer moet voortleven. Hij heeft zichzelf aan U opgedragen als offer voor onze verlossing. Ons heeft Hij bevolen voortaan dit offer aan te bieden om Hem te gedenken. Als wij dan eten van dit Lam dat voor ons is geslacht, worden wij geestelijk sterk; als wij drinken van zijn Bloed dat voor ons is vergoten, worden wij innerlijk rein.

Daarom, met alle engelen, machten en krachten, met allen die staan voor uw troon, loven en aanbidden wij U en zingen U toe vol vreugde:

(cantores)                          Heilig, heilig, heilig de Heer, de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in den hoge.

Ja, waarlijk, heilig zijn Gij, Vader, Gij zijt de Bron, uit U stroomt alle heiligheid. Stort uw Geest nu uit over deze gaven, zodat zij voor ons geheiligd worden, tot Lichaam en Bloed van Jezus Christus, uw Zoon. Toen Hij – op deze avond – werd overgeleverd en vrijwillig zijn lijden aanvaardde, nam Hij brood in zijn handen, dankte U, brak het om het te verdelen onder zijn leerlingen, en sprak:

NEEMT EN EET HIERVAN, GIJ ALLEN, WANT DIT IS MIJN LICHAAM, DAT VOOR U GEGEVEN WORDT.

Na de maaltijd nam Hij ook de beker in zijn handen, dankte U opnieuw, reikte hem aan zijn leerlingen en sprak:

NEEMT DEZE BEKER EN DRINKT HIER ALLEN UIT, WANT DIT IS DE BEKER VAN HET NIEUWE ALTIJDDURENDE VERBOND, DIT IS MIJN BLOED DAT VOOR U EN ALLE MENSEN WORDT VERGOTEN TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN. BLIJFT DIT DOEN OM MIJ TE GEDENKEN. Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

(cantores)                          Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.

Daarom gedenken wij, zoals Hij het heeft gewild, dat uw Zoon is gestorven en verrezen, heilige Vader, en wij bieden U aan wat Hij ons heeft gegeven: dit Brood dat leven geeft en deze Beker die ons redde van de dood.

Wij danken U omdat Gij, sinds die dag, ons waardig hebt bevonden voor uw aanschijn te treden en U dit offer te bereiden. Wij hebben deel voortaan aan het Lichaam en het Bloed van uw eerstgeboren Zoon, en vragen U met aandrang dat wij naar elkaar toe groeien door de kracht van uw heilige Geest.

Gedenk dan uw kerk, Heer, over de hele aarde, voltooi uw liefde in onze gemeenschap rondom de bisschop van Rome, paus Franciscus,  onze bisschop Willem, en aan allen die Gij tot uw dienst hebt geroepen.

Gedenk ook onze broeders en zusters die door de dood heen zijn gegaan en leven in de verwachting van de verrijzenis. Gedenk alle mensen die gestorven zijn, neem hen op in uw barmhartigheid en laat hen treden in de luister van uw aanschijn.

Neem ook ons allen op in uw liefde, dan zullen wij, met de maagd Maria, de moeder van uw Zoon, met zijn apostelen en met allen die op deze aarde leefden in uw welbehagen, delen in uw eeuwig leven. Dan zal de lofzang die wij nu hebben aangeheven in dankbaar herdenken van uw geliefde Zoon aanhouden tot in uw heerlijkheid.

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest hier en nu tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader

Onze Vader, die in de hemel zijt; uw naam worde geheiligd; uw Rijk kome; uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren en breng ons niet in beproeving; maar verlos ons van het kwade.

Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen, dat wij gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle onrust. Hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.

Want van U is het koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid, in eeuwigheid. Amen.

 Vredewens

 (cantores)

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U over ons

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U over ons

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

geef ons de vrede.

Uitnodiging tot de communie

Lied (cantores)

Eet en drinkt van brood en wijn

tot mijn gedachtenis

en weet dat er in angst en pijn

een weg naar vrede is.

 

Deelt het leven met elkaar

tot mijn gedachtenis

en schenkt elkaar voor alle haat

alleen vergiffenis.

 

Leeft in liefde met elkaar

tot mijn gedachtenis

en maakt zo in uw daden waar

dat leven geven is.

Gebed na de communie.

OVERBRENGEN VAN DE HEILIGE COMMUNIE NAAR HET RUSTALTAAR

Ontruimen van de altaarruimte

In Monte Oliveti

oravit ad patrem:

Pater si fieri potest

transeat a me calix iste.

 

Spiritus quidem promptus est

caro autem infirma.

Fiat voluntas tua.

Op de Olijfberg

bad Hij tot de Vader

Mijn Vader, indien het mogelijk is,

laat deze kelk

aan mij voorbij gaan.

De geest is wel gewillig

Maar het vlees is zwak.

Uw wil geschiede.

Teruggekeerd bij het altaar lezen we het laatste evangelie

(Marcus 14, 32–38)

Ondertussen had Judas, die ook aan het Laatste Avondmaal had deelgenomen, Jezus al verraden. Jezus wist dat de vijanden hem zochten om te arresteren, maar de leerlingen konden dat nog niet bevatten. Met zijn leerlingen ging Jezus naar het landgoed dat Getsemane heette dat aan de voet van de olijfberg lag. Daar zei Hij tot zijn leerlingen: “Blijft hier zitten terwijl Ik bid. ”Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee en begon zich ontsteld en beangst te voelen.

Hij sprak tot hen: “Ik ben bedroefd tot stervens toe. Blijft hier en waakt”. Nadat zij iets verder waren gelopen viel Hij op de grond en bad dat dit uur, als het mogelijk was, aan Hem mocht voorbijgaan. “Abba, Pappa” – zo bad Jezus – “voor U is alles mogelijk; laat deze beker, dit vreselijk moeilijk moment, aan Mij voorbijgaan. Maar toch: niet wat Ik, maar wat U wilt”. Toen ging Hij terug en vond hen in slaap; en Hij zei tot Simon Petrus: “Simon, slaap je? Kon je niet één uur met mij waken? Waakt en bidt dat je niet op de bekoring ingaat.

Uittocht in stilte