Oorlogsmonument tuin Sint Jozefkerk Achterveld

De mensen achter de namen op het  oorlogsmonument

In de kerktuin in Achterveld is in 2020, door de St. Jozefgeloofsgemeenschap, een nieuw oorlogsmonument geplaatst. Op het monument staan de namen van 25 Achterveldse burgerslachtoffers, van 13 omgekomen Nederlandse Huzaren en van 7 gevallen Canadese militairen.

De officiële onthulling was gepland op 2 mei 2020 in aanwezigheid van de nabestaanden en officiële vertegenwoordigers van o.a. de gemeente Leusden en van betrokken militairen. Aansluitend zou de expositie 75 jaar Vrijheid in de Jozefkerk geopend worden, waarin aandacht geschonken wordt aan de personen achter de namen op het monument. Echter de coronacrisis heeft roet in het eten gegooid en ook in 2021 zal de expositie in mei niet doorgaan.

Om recht te doen aan de slachtoffers vertellen wij hun verhaal in een verhalenserie die in de komende periode in het Trefpunt verschijnt. Het eerste verhaal gaat over twee verzetsmensen; gewone mensen die het vanzelfsprekend vonden dat zij hun burgerplicht vervulden.

Wouter Verhoef

Geboren 7 september 1879                Overleden 25 december 1944

Wouter Verhoef was boer op de boerderij ‘Nieuw Bakelaar’ in Terschuur, dicht bij de Kallenbroeker Molen. Wouter was de vader van Greet Schouten en grootvader van Henri Schouten.

Hij had een vrouw en twaalf kinderen. Naast het werk op de boerderij en de zorg voor zijn drukke gezin stond hij open voor de noden van anderen, zeker tijdens de Tweede wereldoorlog.

Het gezin Verhoef was actief in het verzet. Op de boerderij werd onderdak geboden aan veel onderduikers. Het was tevens een knooppunt voor koerierswerk en voor andere verzetsactiviteiten.

Op de boerderij heeft ook zendapparatuur gestaan.

 

Koeriersdiensten

De RVV (Raad voor Verzet) had een landelijk netwerk van koeriersposten opgezet in het najaar van 1944, waardoor koeriersters poststukken van het ene adres naar het andere brachten. Op deze manier kon in een dag grote afstanden overbrugd worden. Een van deze koeriersposten was de boerderij ‘Nieuw Bakelaar’ van Wouter Verhoef. Samen met zijn vrouw behartigde hij de koerierspost. De poststukken werden verstopt in een ijzeren kist die verborgen was achter in een loods. Zijn pasgetrouwde dochter Alie werd ervan verdacht koerierster te zijn. Bij een gewelddadige inval in oktober 1944 door de Sicherheits Dienst werden Wouter samen met een onderduiker meegenomen. Vervolgens reed de SD door naar dochter Alie. Zij moest mee voor verhoor maar werd een paar dagen later weer vrijgelaten.

De inval op de boerderij, vond plaats naar aanleiding van de beschieting op een trein in de buurt van Terschuur door het verzet. Wouter werd eerst voor verhoor naar Nijkerk gebracht en daarna naar Kamp Amersfoort. Hij heeft geen verzetsmensen verraden of belangrijke andere informatie verstrekt over het verzet. Wouter is van Amersfoort overgebracht naar het vernietigingskamp Neuengamme in Duistland.

Daar overleed hij op Kerstdag 1944 aan de gevolgen van honger en ontberingen.

 

Jaap Veerman

Geboren 13 augustus 1900       Overleden 3 mei 1945

Jaap Veerman werd in Den Haag geboren. Het gezin Veerman is vervolgens naar de omgeving van Barneveld verhuisd.

Daar trouwde Jaap in 1927 met Aaltje Bakker en huurde de boerderij “Klein Achterveld” (Achterveldseweg 36). Ze kregen zeven kinderen. Het gezin Veerman was actief in het verzet. Er waren op de boerderij onderduikers gehuisvest, waaronder Joden sinds 1942 en geallieerde piloten sinds 1944. Daarnaast hielpen zij voorbijtrekkende mensen op hun strooptochten naar voedsel.

Jopie Veerman was de dochter van Jacob Veerman. Zij was als koerierster actief in het verzet. De SD zocht haar en kwam naar de boerderij. Omdat zij ondergedoken zat bij een oom in Ede, werd haar vader opgepakt voor verhoor. Na ondervraging in Apeldoorn ging Jacob naar Kamp Amersfoort en vervolgens naar het beruchte kamp Neuengamme. Jopie heeft zich gemeld om haar vader vrij te krijgen, maar dat is niet gelukt. Zij werd naar Kamp Westerbork afgevoerd en kwam na de oorlog ziek en kaal thuis. Zij werd nooit meer de oude en overleed op 49 jarige leeftijd.

In mei 1945 toen de Duitsers beseften dat de oorlog verloren was werd Jaap Veerman, samen met duizenden andere gevangenen, overgebracht naar de haven van Lübeck en aan boord gebracht van het Duitse oceaanstomer Cap Arcona. Kort nadat het schip de haven had verlaten is het door de Britten gebombardeerd en tot zinken gebracht. Bijna alle 8000 opvarenden zijn daarbij verdronken.

De familie Veerman verborg tijdens de oorlog ongeveer 30 mensen die het allemaal hebben overleefd, behalve Jaap Veerman.

***

In dit deel van de verhalen serie worden de mensen genoemd die omgekomen zijn naar aanleiding van een gewelddadige inval door de Sicherheitsdienst (SD) op de boerderij  ‘t Kwade Gat.

Kees van Burgsteden

Geboren 31 december 1883        Overleden 29 december 1944

 

Kees van Burgsteden was boer op de boerderij ’t Kwade Gat, de boerderij ligt aan de Hessenweg in Stoutenburg en dankt haar naam aan het feit dat ter hoogte van de boerderij er een slechte plek (gat) zat in de toen nog onverharde Hessenweg. Kees was getrouwd met Grietje van den Hengel en vader van 9 kinderen, drie zonen en zes dochters.

 

Hij was een actieve boer, een gelovig en een vaderlandslievend man. Hij zat in het verzet. Op zijn boerderij heeft zendapparatuur gestaan om berichten van de ondergrondse door te seinen naar Engeland. Hij maakte deel uit van de zendgroep van Karel van Ginkel, (lid van de Raad van Verzet) die verschillende keren op zijn boerderij onderdook. Gedurende de hele bezetting verbleven er onderduikers op de boerderij. Vanaf september 1944 kwamen daar ook evacuees bij.

In het najaar van 1944 werd de jacht op verzetsmensen heviger en intensiever. Op vrijdag 29 december 1944 deed de SD een onverwachte inval.

Op die dag waren er verschillende invallen op de boerderijen van de zendgroep geweest. De inval op ’t Kwade Gat was de meest gewelddadige. De boerderij werd omsingeld door Duitsers. Een van hen bonsde op de deur van de bijkeuken waar Grietje van Burgsteden en haar dochter Tiny aan het slachten waren. Gewaarschuwd door zijn dochter kwam Kees, die de koeien aan het voeren was, op het geluid af. Omdat hij de deur niet snel genoeg volledig opendeed schoot de Duister hem dwars door de deur neer. Hij werd dodelijk getroffen en viel in de armen van zijn dochter Tiny. Als blijvend eerbetoon heeft de gemeente Leusden een straat naar Kees van Burgsteden vernoemd, in de wijk de Tabakssteeg

Jan van Burgsteden                Geboren 27 september 1919          Overleden 29 december 1944

Jan was het vijfde kind en de tweede zoon van Kees van Burgsteden. Hij was bij het uitbreken van de oorlog dienstplichtig soldaat. In mei 1940 werd hij krijgsgevangen gemaakt en overgebracht naar Oost-Duitsland waar hij de keuze kreeg tussen een verblijf in het krijgsgevangenkamp of te gaan werken bij een boer. Hij koos voor het boeren werk. Na enkele maanden mocht hij terug naar huis. Jan zat ook in het verzet. Hij was ten tijde van de overval samen met zijn vader de koeien aan het voeren. Met de riek nog in de hand kwam hij achter vader Cees aan op het lawaai af dat uit de bijkeuken kwam en werd onmiddellijk doodgeschoten. Hij was 25 jaar.

Herman van Burgsteden (Manus)       Geboren 1 maart 1925        Overleden 16 april 1945

Herman was het achtste kind en de derde zoon van Kees van Burgsteden. Hij was met een aantal mannen uit de buurt, zijn zus Annie en twee onderduikers, achter de boerderij aan het dorsen tijdens de inval door de SD. Allen werden tegen de keukenmuur gezet, onder schot gehouden en gefouilleerd. Zij hebben daar gestaan totdat de boerderij doorzocht was.

Zus Annie werd ongemoeid gelaten en kon nog een rozenkrans in de zak van haar broer Herman stoppen voordat hij werd afgevoerd naar de gevangenis in Apeldoorn. Zijn zussen hebben nog geprobeerd om het voedsel en kleren te brengen, maar hebben hem niet gezien. Op 3 februari werd Herman via Almelo en concentratiekamp Neuengamme naar kamp Reijenhorst bij Wöbbelin gebracht. Wöbbelin was een subkamp van het concentratiekamp Neuengamme nabij de stad Ludwigslust. De SS had Wöbbelin opgericht om gevangenen uit concentratiekampen te huisvesten die de SS uit andere kampen had geëvacueerd om hun bevrijding door de geallieerden te voorkomen. Tijdens dit transport lukte het hem nog een briefje naar huis te sturen met de mededeling dat het goed met hem ging. Hij stierf op 16 april 1945.

 

Gezin van den Berg

 

Evert van den Berg    Geboren 22 november 1920     Overleden 17 maart 1945

 

Het gezin van den Berg bestond uit vader Aalt van den Berg, moeder Agenietje Clement, dochter Peetje en de zoons Evert, Bram, Tery en Han. Zij waren buren van de familie van Burgsteden.

Evert, Tery en Han van den Berg waren op 29 december 1944 aan het helpen bij het dorsen op de boerderij ’t Kwade Gat ten tijde van de inval. Zij werden samen met Herman van Burgsteden en een onderduiker afgevoerd werden naar Apeldoorn.

 

Tery van den Berg         Geboren 15 november 1924           Overleden 14 april 1945

 

Een NSB-er, A Koopman heeft zijn invloed nog aangewend om deze onschuldige buurjongens vrij te krijgen, maar dat is op niets uitgelopen.

Ze zijn via concentratiekamp Neuengamme in Duitsland overgeplaatst naar het kleine kamp Reierhorst, waar zij onder onmenselijke omstandigheden moesten meewerken aan de bouw van het barakkenkamp Wöbelin. Op 1 april 1945 werden ze overgeplaatst naar kamp Wöbelin. Evert van de Berg was toen al overleden, waarschijnlijk door bloedvergiftiging, vanwege een voetwond. Hij was getrouwd met Jo Sloterwijk en zijn dochter Anneke werd op 1 mei 1945 geboren. Wouter van den Berg overleed aan de gevolgen van dysenterie op 14 april 1945.  Han van den Berg die had moeten toezien hoe zijn broers stierven overleed op 4 mei, twee dagen nadat de Amerikanen Kamp Wöbbelin hadden ontdekt. Aalt en Agenietje van de Berg verloren drie van hun vijf kinderen.

 

 

 

Han van den Berg              Geboren 17 februari 1926            Overleden  4 mei 1945

 

 

 

 

 

 

 

Gerrit (Gart) van de Belt

Geboren 2 juni 1917   Overleden 9 maart 1945

 Gart van de Belt was een buurjongen en knecht op boederij ’t Kwade Gat. Hij was een van de zes mannen die opgepakt werden bij de Inval op de boerderij. Hij werd met de broers van de Berg uiteindelijk naar Kamp Reijerhorst gebracht waar hij in maart 1945 overleed. De exacte datum is niet bekend. Zijn laatste teken van leven was een briefje dat hij schreef op 1 februari 1944. Hij maakt het dan nog goed.

Allen overleden aan de gevolgen van ziekte, honger, ontberingen, een gebrek aan hygiëne en medische zorg.

De inval op de boerderij ’t Kwade Gat heeft aan 8 mannen het leven gekost. Moeder Grietje bleef achter met zes dochters en een zoon, heeroom Job. Dochter Tiny kon pas aan het einde van haar leven met haar kinderen over de gebeurtenissen praten.

 

 

***

In dit deel van de verhalenserie worden de mensen genoemd die omgekomen zijn naar aanleiding van een gewelddadige inval door de Sicherheitsdienst (SD) op de boerderij van de familie Cornelis Verhoef aan de Klettersteeg in Achterveld, in buurtschap De Fliert, op 19 december 1944.

Cornelis Verhoef trouwde op 42-jarige leeftijd met Regina Blom, zij kregen drie kinderen: twee zonen Jan en Johan en dochter Rika. Cornelis was een gelovig man, hij was betrokken bij de Sint Jozefkerk onder meer als kerkmeester. Ook was hij enige tijd raadslid voor de KVP Katholieke Volks Partij in de gemeente Barneveld. Op de boerderij verbleven regelmatig onderduikers, waaronder verzetsmensen en Joodse mensen. De boerderij was een relatief veilige plek. Dit veranderde op 18 december 1944 toen een groep Duitse SD-ers de boerderij binnenviel op zoek naar onderduikers en verzetsstrijders.

De SD deed invallen, arresteerde en martelde mensen om nieuwe locaties en personen te vinden.

Een van hen was Piet Veenendaal uit het Scherpenzeelse deel van De Glind. Hij was sectiecommandant van de Raad Van Verzet en regelde onder andere schuilplaatsen voor een geheim agent. Piet werd zo zwaar mishandeld dat hij een volgende locatie noemde: de boerderij van Cornelis Verhoef aan de Klettersteeg in Achterveld.

 

Op een normale maandag reed tegen het middaguur een Duitse patrouilleauto het erf op. Er sprongen vijf soldaten uit die met getrokken geweren en pistolen de boerderij binnenstormden, op zoek naar Joop Rothuizen, een ondergrondse strijder. Twee onderduikers probeerden te vluchten: één rende het veld in en kwam weg, maar de ander Jan Rothuizen werd gepakt. Iedereen, ook het gezin werd naar de woonkamer gedreven in afwachting van de gezochte Joop Rothuizen, die niet kwam opdagen. Wel kwam een andere oud-militair en verzetsman Laurens Liezenberg, die bij de buren ondergedoken zat, op het schieten af. Hij liep in de armen van de Duitsers en werd meteen gearresteerd.

De SD nam de zonen Jan en Johan Verhoef mee, samen met zes onderduikers, als represaille voor het feit dat Joop Rothuizen niet gevonden was. Moeder Regina, haar zieke man Cornelis en dochter Rika bleven alleen achter op de boerderij. De dagen daarna kwamen Duitsers nog twee keer terug en namen van alles in beslag: het paard, de varkens, levensmiddelen etc. Vader Verhoef is op 31 maart 1945 op 73-jarige leeftijd overleden, mede als gevolg van alle zorgen en het verdriet.

Jan Verhoef         Geboren  7 december 1916      Overleden 4 maart 1945

Jan Verhoef was de oudste zoon van Cornelis en Regina Verhoef. Hij woonde thuis op de boerderij en zat in het verzet. Jan en Johan waren naast het werk op de boerderij actief in het verenigings-leven van Achterveld. Zij waren o.a. lid van het kerkkoor en van de toneelvereniging. Bij de inval op 18 december werd Jan gearresteerd en naar de gevangenis van de Willem III-kazerne in Apeldoorn gebracht. Later werd hij naar kamp Amersfoort gebracht en op 3

februari via Doetinchem op transport gezet naar

Kamp Neuengamme in Duitsland.

Het treinstel uit Amersfoort waarin Jan zat werd in Doetinchem gekoppeld aan het treinstel waarin zijn broer Johan en de andere onderduikers van de boerderij de Klettersteeg zaten. Jan overleed op 4 maart in het buitenkamp Heijerhorst te Wöbbelin.

 

Johan Verhoef        Geboren 3 maart 1919         Overleden 7 maart 1945

Johan Verhoef was de tweede zoon van Cornelis en Regina Verhoef. Hij woonde net als zijn broer Jan thuis en zat ook in het verzet. De drie kinderen werkten mee op de boerderij wat noodzakelijk was in verband met de zwakke gezondheid van vader. Nadat Johan in eerste instantie naar de gevangenis in de Willem-III kazerne in Apeldoorn gebracht was werd hij overgeplaatst naar gevangenis De Kruisberg in Doetinchem. Hij verbleef daar 14 dagen voordat hij op transport werd gesteld naar Neuengamme.

Hij overleed in het buitenkamp Heijerhorst te Wöbbelin drie dagen na zijn broer op 7 maart 1945.

Voor zover bekend heeft niemand van de gevangengenomen mannen het overleefd.

 

 

Pas twee maanden (na de bevrijding) kwam Dokter Braun het bericht brengen aan moeder Regina en haar dochter Rika dat Jan en Johan waren overleden in het concentratiekamp. Na het overlijden van Cornelis Verhoef op 31 maart bleven de twee vrouwen alleen achter op de geplunderde boerderij.  De inval op de boerderij aan de Klettersteeg heeft aan alle opgepakte mannen het leven gekost.

***

De tweede wereldoorlog heeft aan vier kinderen uit Achterveld het leven gekost. Een kind, Truusje Bosman is samen met haar vader omgekomen ten gevolge van een landmijn ongeluk. Een ander kind, Jan Meerveld kwam om door de scherven van een Duitse granaat. Nog twee andere kinderen, Evert Meerveld en Theo Wouters stierven kort na de bevrijding bij het spelen met gevonden munitie vlak nadat de oorlog afgelopen was.

In de nacht van 23 op 24 april werd er hevig gevochten tussen de Duitsers en de Canadezen rondom Achterveld. De Canadezen sloegen de aanval af en uit frustratie staken de Duitsers aan de Emelaarseweg, net buiten het Achterveld, boerderijen in brand en gooiden granaten naar binnen. De Duitsers wisten dat er slechts burgers in de boerderijen zaten. Het was een vreselijke en angstige nacht voor de bewoners van de boerderijen en hun evacuees en de volgende ochtend besloten verschillende gezinnen te vluchten naar het inmiddels bevrijde Barneveld.

Johannes (Jan) Bosman        Geboren 17 juli 1910        Overleden 24 april 2945

Boer Jan Bosman was een van hen. Er werden twee wagens geladen met bagage van de familie en de evacuees. Jan liep als voerman naast de met één paard bespannen wagen, waarop zijn twee kinderen samen met nog drie andere kinderen (geëvacueerden uit Arnhem) zaten. Zijn vrouw liep met een volgeladen kinderwagen achter hem. Nog geen 200 meter van hun huis liep de wagen met het linker voorwiel op een verborgen landmijn, die enkel uren daarvoor in het karrespoor was ingegraven. De gevolgen waren verschrikkelijk Vader Jan was op slag dood.

 

Zijn dochtertje Truusje kwam op de dam van boerderij van de familie Traa terecht en werd gedood door een scherf in haar hoofd. Zoontje Wim van anderhalf en twee andere kinderen die op de wagen zaten raakten gewond. Al de anderen kwamen met de schrik vrij.

Zes maanden later kwam het derde kind van Jan Bosman en Geertruida Renkers levenloos ter wereld.

                                                 

Truusje Bosman     Geboren 9 juni 1941          Overleden 24 april 1945

 

 

 

 

 

Jan Meerveld            Geboren 2 oktober 1935             Overleden  26 april 1945

Jan Meerveld was een zoon van Cornelis Meerveld en Aartje Hooyer. Het gezin woonde op boerderij Klein Honthorst aan de Hessenweg 131 in Stoutenburg (waar nu Loonbedrijf van Elst is). Een groep Canadezen had zich gevestigd in en rondom Kasteel Stoutenburg.

Op 26 april 1945 vuurden de Duitsers vanuit de valleistelling (tussen Amersfoort en Asschat) granaten in de richting van Canadezen bij Kasteel Stoutenburg. Een granaat ontploft bij boerderij Klein Honthorst waarbij de kleine Jantje Meerveld gewond raakte. Hij overleed direct. Zijn vader Cees Meerveld werd zwaargewond door de Canadezen afgevoerd naar Otterlo. Hij bleef in leven.

Als gevolg van de vele oorlogshandelingen in en rondom Achterveld lag er nog veel munitie langs de wegen. Hoewel door de Canadezen provisorisch afgeschermd met rood/witte linten kon iedereen erbij. Er lag open munitie aan de Hessenweg en aan de Barneveldse beek.

 

 

 

 

Evert Meerveld        Geboren 7 december 1932       Overleden 1 juli 1945

Evert Meerveld was de zoon van Ab Meerveld en van Grietje van der Meijde aan de Emelaarseweg 7 in Achterveld. Zij hadden een gemengd boerenbedrijf.

Zoals meer jonge jongens in die tijd, prutste hij aan gevonden munitie. De kinderen deden dit om het kruit eruit te halen om dat in brand te steken. Evert nam een paar geladen patronen mee naar huis en zette thuis een kogel in het boutgat van een band in de wagenloods (de plaats waar de machines stonden). Hij sloeg met een voorwerp op de kogel die explodeerde. Zijn hevig geschrokken vader sprong direct op zijn motor om dokter Braun te halen in Achterveld. Deze nam Evert mee in zijn auto naar het ziekenhuis de Lichtenberg waar Evert tenslotte na 9 dagen overleden is.

Jan en Evert waren neven van elkaar. Hun vaders waren broers.

Beide families Meerveld waren ook actief in het verzet.

 

Op 9 april 1945 dook een Engels vliegtuig naar beneden en schoot op een Duitse auto met munitie ter hoogte van de boerderij Nieuw Hoolhorst aan de Hessenweg. De auto explodeerde en de soldaten kwamen om. Het gevaarlijke oorlogstuig bleef liggen tot na het einde van de oorlog.

 

Theo Wouters                Geboren 10 oktober 1935         Overleden 20 juni 1945

Theo Wouters was de zoon van Willebrordus Wouters en Martha Ossendrijver. Hij was de broer van Henk Wouters, die in Neuengamme overleed. Ook de man van zijn zus Eef overleed ten gevolge van oorlogsgeweld.

Theo woonde in Stoutenburg vlakbij de Stoutenburgse school (Hessenweg 126).

Op 19 juni besloten een aantal schoolkinderen onder wie Theo Wouters om na school naar de plek toe te gaan waar het oorlogstuig nog lag om het kruit uit de granaten te halen en dat aan te steken. Dat aangestoken kruit gaf een enorme vlam. Ze zaten met z’n vijven langs de kant van de weg met een granaat in de hand op de klinkerstraat te tikken om de kop eraf te krijgen. De kop van de granaat van Theo was er bijna af waarna een explosie volgde waarbij Theo ernstig gewond raakte.  Hij lag een nacht op de kelderzolder van boerderij Nieuw Hoolhorst bij Teus van den Hengel en werd de volgende dag naar het Sint Elisabeth ziekenhuis gebracht waar hij dezelfde nacht overleed. Joep van Burgsteden raakte bij deze gebeurtenis licht gewond en moest een nacht naar het ziekenhuis, waar hij de moeder van Theo tegen kwam die vertelde dat Theo net overleden was. De andere kinderen hebben het er goed vanaf gebracht.

***

Dit verhaal gaat over twee jongemannen, Jan van den Bedem en Jan van de Berkt, die deel uit maakten van de BS (Binnenlandse Strijdkrachten). Tevens wordt het verhaal verteld van de twee zwagers Henk Wouters, werkweigeraar in Duitsland en Roel Tijmensen, omgekomen door een Duitse granaat. De 12 jarige Theo Wouters (uit het vorige verhaal) was een broer van Henk en zwager van Roel.

In de buurtschappen Emelaar, de Kieftkamp en Musschendorp werden op 14-15 april door Duitse soldaten tientallen landmijnen verborgen neergelegd. Door de Binnenlandse Strijdkrachten werden de landmijnen na de oorlog uitgegraven en overgebracht naar de Asschatterkeerkade, waar ze in de grootste bunker van de Grebbelinie door explosie onschadelijk werden gemaakt.

Op 10 juni 1945 ontdekt de 14-jarige evacuee Paul van den Berg uit Zandvoort, die ondergebracht was op boerderij ’t Vliet in Stoutenburg, op ongeveer 300 meter van de boerderij zes landmijnen. Omdat het zondag was en het gemeentehuis gesloten, fietste hij naar Jan van de Bedem en Jan van de Berkt. Beiden waren lid van de BS. Op maandag 11 juni haalden de beide BS-ers Paul van de Berg op om de weg te wijzen naar de vindplaats. Een vierde man, de 18-jarige Theo Tolboom, ging ook mee. Bij het demonteren van de landmijn door Jan van de Berkt ging het mis, de kettingmijn kwam voortijdig tot ontploffing en de beide BS-ers waren op slag dood, evenals Theo Tolboom. Paul van de Berg raakte zwaargewond en zou voor de rest van zijn leven blind en gedeeltelijk doof blijven.

Jan van den Bedem                       Geboren 19 januari 1922                  Overleden 11 juni 1945

 

Jan van den Bedem was de zoon van Rik van den Bedem en Cornelia Boomhouwer, zij hadden een boerderij in de buurtschap De Kieftkamp bij Achterveld.  Hij had 5 zussen en een broer en was het vijfde uit het gezin.

Jan werkte als boerenknecht op de boerderij bij van Roomen in Asschat.

Jan werd de volgende dag begraven op het kerkhof van Achterveld. Op 30 augustus 1978 is hij herbegraven op het ereveld te Loenen, gemeente Apeldoorn. Hij was 23 jaar oud.

 

 

Jan van De Berkt was de zoon van Gerrit van de Berkt, jachtopziener van beroep en Aartje Schotsman. Zij hadden 7 kinderen, 4 dochters en 3 zonen,

waarvan de eerste twee op zeer jonge leeftijd zijn overleden. Jan was het derde kind. Zijn moeder overleed in maart 1937 op 53 jarige leeftijd. Jan is geboren in Stoutenburg. Ten tijde van het noodlottige ongeluk woonde hij in Leusden.

Hij was niet getrouwd en werkte als “los arbeider”

Jan werd 29 jaar. Hij werd bijgezet in het graf van zijn moeder en ligt begraven op de begraafplaats Oud Leusden in Leusden.

 

 

                                                                                     Johannes (Jan of Hannes) van de Berkt      Geboren 6 april 1916              Overleden 11 juni 1945

 

 

 

 

Henk Wouters                                 Geboren 7 december 1921               Overleden 16 december 1944 

Henk Wouters was de zoon van Wim Wouters en Martha Ossendrijver. Hij woonde aan de Hessenweg in Stoutenburg, tegenover de Stoutenburgerschool, (Hessenweg 126). Vanaf zijn 9e jaar werkte hij al als boerenkecht.

Henk was al een aantal jaren in Duitsland tewerkgesteld, als melkknecht bij een boer. Toen hij voor de derde keer in Nederland met verlof was besloot hij om niet meer terug te gaan naar Duitsland, in september 1944 toen veel Duitsers Nederland ontvluchtten. Henk moest onderduiken bij zijn zus Eef die in Amersfoort woonde. Hij werd na 14 dagen door Duitse soldaten opgepakt.

Waarschijnlijk werd zijn onderduikadres verraden.

Henk is naar kamp Amersfoort gebracht en vandaaruit in oktober 1944 naar het concentratiekamp Neuengamme gestuurd. Daar was de behandeling zo slecht dat hij op 16 december 1944 overleed aan de gevolgen van honger en ontberingen.

 

 

 

Roel Tijmensen                            Geboren 22 oktober 1913                Overleden 28 april 1945

 

Roel was de zoon van Johannes Tijmensen en Jacoba Kerkhof. Roel was getrouwd met Aleida Wouters. Aleida was een zus van eerder genoemde en overleden Theo Wouters en Henk Wouters. Roel woonde aan de Emelaarseweg in Achterveld, hij had geen kinderen.

De Duitse soldaten zaten in de omgeving van Kasteel Stoutenburg. De Canadezen rukten op vanuit Achterveld en tijdens een gevecht op donderdag 26 april 1945 ontplofte een Duitse granaat.  Roel was op dat moment in het schuurtje van zijn buurman graan aan het malen toen hij getroffen werd door de granaatsplinters.

Hij werd ernstig gewond door de Canadezen overgebracht naar een ziekenhuis in Apeldoorn, waar hij twee dagen later overleed. Op 1 mei werd hij begraven op het kerkhof in Achterveld.

Het gezin van Wim Wouters en Martha Ossendrijver werd zwaar getroffen door de oorlog. Wim en Martha verloren hun zoon Henk op 16 december 1944, hij overleed in het concentratiekamp Neuengamme in Duitsland. Hun schoonzoon Roel Tijmensen overleed ten gevolge van granaat scherven op 28 april 1945. Hun zoon Theo overleed op 20 juni 1945 toen hij met een aantal schoolkinderen speelde met gevonden granaten.

***

Dit verhaal gaat over Gerard van Nimwegen gestorven tijdens de Arbeitseinsatz in Duitsland, Griet Hak overleden tijdens de beschietingen op de Sint Jozefkerk, Jo Roethof een slachtoffer van de gevechten tussen Duitsers en Canadezen aan het einde van de oorlog, Anton Ossendrijver overleden door een hartaanval en Dirk Kooloos, hij stierf terwijl hij beschutting zocht in een zogenaamd eenmansgat.

 

Gerard van Nimwegen                   Geboren 13 maart 1921                       Overleden 17 januari 1944

Gerard was de zoon van Wilhelmus van Nimwegen, metselaar van beroep en Petronella Engelen. Hij was hulpbesteller (postbode) te Achterveld.

De Duitse oorlogseconomie had in toenemende mate behoefte aan arbeidskrachten uit de bezette gebieden. Op 14 april 1942 werd in Nederland de eerste ‘Sauckelaktion’ ingezet, genoemd naar F. Sauckel, ‘Generalbevollmächtigte für den Arbeitseinsatz’. Bedrijven werden systematisch uitgekamd op werknemers die gemist kunnen worden. Van elk postkantoor moesten bestellers zich opgeven voor tewerkstelling in Duitsland. Omdat Gerard geen relatie had heeft hij zich vrijwillig opgegeven Hij werd eind 1942 naar Münster gestuurd en kwam terecht in een zogenaamd Buitenlanderskamp waar 150 Nederlanders zaten, allemaal vrijwilligers.

Gerard werkte in een sorteercentrum van de Reichspost op spoor 13 van de Hauptbahnhof. Hij droeg een armband van de post. Elke 14 dagen kwam hij met de trein terug voor verlof naar huis. Het is niet zeker waarom Gerard is opgepakt door de SD in de zomer van 1943. Hij zat in een groepje waarin hij of iemand anders weigerde ‘Heil Hitler’ te zeggen of dat iemand sigaretten/levensmiddelen had gestolen. Gerard zelf rookte niet. Wat er precies is gebeurd is niet bekend. Het hele groepje moest ervoor boeten. Hij werd in een strafkamp geplaatst. Na een incident werd hij zodanig gemarteld dat hij al lopend neerviel. Aan zijn lot overgelaten lag hij buiten een volle dag in regen en wind, waarna hij naar de ziekenbarak werd gebracht. Daar werd duidelijk dat hij ernstig ziek was. Hij werd naar het Elisabeth Hospital in Beelen gebracht waar hij na een ziekbed van enkele weken is gestorven. Hij zei daar: “Liever hier sterven dan weer terug naar het kamp”. Hij ligt begraven op het Nederlands ereveld in Osnabruck.

 

 

Griet Hak                                      Geboren 19 augustus 1929                  Overleden 22 april 1945

Griet was een dochter van Arie Hak en Jacoba Kollen. Het gezin woonde op de Kleinhofweg 86 in de buurtschap Kallenbroek, gemeente Barneveld. Behalve zeven broers had Griet nog twee zussen, Grada en Corrie. De familie behoorde tot de parochie Sint Jozefkerk in Achterveld.

In die tweede helft van april waren de Canadezen al in Barneveld en in Achterveld. Bij de Grebbelinie en in Amersfoort waren nog veel Duitsers gelegerd. Van daaruit bestookten zij Achterveld regelmatig met granaten.

Op zondag 22 april 1945 werd om vijf uur ’s middags het St. Jozef lof gehouden. De Sint Jozefkerk zat stampvol. Omstreeks kwart over vijf in de middag werd ook de kerk hevig beschoten door Duits artillerievuur vanuit Amersfoort, met als doel om de toren te raken. Deze werd door de Canadezen gebruikt als uitkijkpost. Pastoor Smeets adviseerde de mensen in de kerk te blijven. Maar velen renden de kerk uit om via het Kerkpad een schuilplaats elders te vinden. Onder hen was Griet Hak, 15 jaar oud. Granaten sloegen ook in op het Kerkpad en zij werd helaas dodelijk getroffen. Haar zus Grada was daar getuige van. Grada heeft van deze gebeurtenis mentaal een enorme klap gekregen. Haar broer Piet werkte destijds aan de andere kant van de frontlinie in Leusden bij een boer en heeft een tijdlang niet geweten dat zijn zus Griet dood was.

Een andere kerkgangster, Marie van Ommen, werd zwaargewond en moest een been missen.

 

 

Jo Roethof – Koller                           Geboren  25 december 1888               Overleden 21 mei 1945

Jo Koller was een dochter van Willem Koller en Stijntje Kleinveld. Omdat zij op eerste Kerstdag geboren was, werd zij ook op diezelfde dag gedoopt in de kerk in Achterveld. Zij trouwde met Rutger Roethof, het huwelijk werd ingezegend door Pastoor Rentinck, ook in de Jozefkerk in Achterveld. Het echtpaar ging wonen in het huis “De Doelen 1750” aan de Hessenweg in Stoutenburg. Deze kleine boerderij werd gebouwd in 1941, nadat het eerdere huis 11 mei 1940 was afgebrand. Jo en Rutger hadden geen kinderen.

Ook Jo is een slachtoffer van de gevechten tussen de Duitse troepen vanuit Amersfoort en de Canadezen vanuit Achterveld/Stoutenburg. Jo werd op 26 april 1945 bij haar woning “De Doelen 1750” in Stoutenburg geraakt door een granaatscherf. Ze wordt provisorisch verbonden en op de melkbakfiets van Dirk van Doornik naar het Sint Elisabeth ziekenhuis in Amersfoort gebracht. De buurjongen Roel van de Berg bestuurde de fiets, ervoor liep een vluchteling met een witte vlag. Onderweg moest er geschuild worden vanwege het voortdurend granaatvuur.  Vanaf de Hogeweg werden ze door een Duitse soldaat begeleid tot aan het Sint Elisabeth ziekenhuis. Vanwege de aanhoudende gevechten kon Jo de eerste dagen geen bezoek ontvangen. Uiteindelijk is zij na bijna een maand aan haar verwondingen overleden.

 

Anton Ossendrijver                          Geboren 25 september 1883              Overleden 10 mei 1940

 

Anton werd geboren in het huis “De Platluus”, dat stond op de hoek van de Ruurd Visserstraat. Hij was een zoon van Gerrit Ossendrijver en Mina Reijnders en was getrouwd met Gijsbertha van den Bedem. Anton was stammen- en bomenrooier. In 1939 verdiende hij daarmee hij 12 gulden per week.

Hij besloot om voor een hoger loon van 25 gulden per week te gaan werken bij defensie aan de bouw van stellingen. Aangekomen op zijn werk op 10 mei werd hij weer naar huis gestuurd met de mededeling dat de oorlog begonnen was. Daarvan schrok hij zo erg dat hij ter plekke een hartaanval kreeg. In allerijl werd hij naar het Sint Elisabeth ziekenhuis gebracht in Amersfoort, maar hij was al overleden voordat hij daar aankwam. Hij kon niet in Achterveld begraven worden omdat de bevolking aldaar geëvacueerd werd. Hij werd in Amersfoort begraven.

 

 

 

Dirk Kooloos                       Geboren  8 februari 1912             Overleden 10 september 1944

 

Dirk was een zoon van Petrus Kooloos en Cornelia van de Sande. Hij woonde in het deel van Barneveld wat behoorde bij de Parochie in Achterveld. Dirk was op 10 september 1944 op de fiets onderweg naar zijn verloofde Daatje van de Ward in Eemnes. Vanwege een luchtgevecht zocht hij onderweg in Hoevelaken beschutting in een eenmansgat langs de weg vanwege een luchtgevecht. Een eenmansgat diende in de Tweede Wereldoorlog als schuilplaats voor een soldaat tegen de vijand. Om voldoende beschut te zijn, moest het volledige lichaam zich minstens 60 cm onder de grond te bevinden. Toch werd hij geraakt door kogels en is zwaargewond overgebracht naar het Sint Elisabeth ziekenhuis in Amersfoort waar hij kort daarna aan zijn verwondingen overleed.

 

 

***

Het Canadese leger is zeer belangrijk geweest voor de bevrijding van Nederland.

Na de oorlogsverklaring van het Verenigd Koninkrijk aan Duitsland op 3 september 1939 begon de mobilisatie van het leger in Canada. Een onderdeel daarvan was de 2e Canadese Infanteriebrigade.

Drie infanterie regimenten waren verantwoordelijk voor de bevrijding van onze regio. De Seaforth Highlanders of Canada (SHofC) heeft De Glind bevrijd en de Princess Patricia’s Canadian Light Infantry (PPCLI) Achterveld. Het Royal Edmonton Regiment (RER) bevrijdde Barneveld en opereerde ook in de omgeving van Hoevelaken. De soldaten werden gerekruteerd uit de regio Vancouver Winnipeg en Vancouver Island in British Columbia. Na de landing op Sicilië en de daarop volgende Italiaanse veldtocht, bereikten zij Nederland, via Frankrijk en België in het vroege voorjaar van 1945.

In de laatste fase van de oorlog kwamen de Seaforth Highlanders of Canada, de Princess Patricia’s Canadian Light Infantry en het Royal Edmonton Regiment, na de oversteek van de IJssel bij Gorssel, over de Veluwe naar onze regio. Daar ondervonden zij hevige weerstand van Duitse troepen die zich verschanst hadden achter de Grebbelinie, destijds Panzerstellung geheten.

In onze directe omgeving zijn 7 Canadese militairen gesneuveld, militairen van de PPCLI en de SHofC. Zij staan op ons nieuwe monument vermeld.

Omgekomen Canadese militairen van het Princess Patricia’s Canadian Light Infantry (PPCLI) en SEaforth Higlanders (SH) regiment, in Achterveld en De Glind.

Zij gaven hun leven voor onze vrijheid en liggen nu begraven op de Canadese begraafplaats op de Holterberg.

“We are the Dead. Short days ago. We lived, felt dawn, saw sunset glow, Loved and were loved, and now we lie in Flanders Fields.”  John McCrae

  

De omgekomen Canadese militairen in Achterveld

Uit het dagboek van Pastoor Smeets, pastoor van de St. Jozefkerk in Achterveld.

Zondag 22 april te kwart over vijf ’s namiddag, terwijl de kerk stampvol was voor het St. Jozeflof, dat werd gehouden, begon weer een hevige beschieting door de Duitse kanonnen te Amersfoort. Enigen, die de kerk dadelijk verlieten, werden zwaar of dodelijk (Margaretha Hak) getroffen; de grote meerderheid bleef in de kerk, zich verschuilend achter muren en pilaren; zij bleven alle ongedeerd. Ook het kerkgebouw liep geen schade op; evenmin St. Jozef; wel kreeg de school een voltreffer.

 

Uit het dagboek van PPCLI

22 april    Het weer: koud en winderig met regen.

Om 09.00 Luitenant-Kolonel R.P. Clarck, DSO en Luitenant J.V. Spurr woonden een Operation Group op het Brigade hoofdkwartier bij waar de definitieve plannen voor de geleidelijke voorwaartse beweging werden gemaakt. Een patrouille, deel van “A” company, werd verteld om standby te staan. “D” company kreeg de order om in Achterveld te blijven.
In de middag werd “D” company geraakt door granaatscherven en leed slachtoffers, 2 man werden gedood. (noot: Edward Brown en Mitchell Hudson)
Verkenningen door “A” company werden voltooid en in de vroege avond verplaatste “A” company naar de omgeving van het Jannendorp.

 

 

Edward Hector Brown

Edward Hector Brown werd geboren in Petersfield. In Ericksdale in Manitoba, groeide hij op en ging naar school. Hij ging in het leger in januari 1941 en was soldaat bij de PPCLI. Met deze infanterie brigade bereikte hij Europa in augustus 1942. Op 22 april 1945 werd hij door granaatscherven gedood bij de beschieting van de Sint Jozefkerk in Achterveld. Hij was 22 jaar. Behalve zijn ouders, liet hij een tweelingbroer en 2 zussen na. Zijn tweelingbroer diende ook in het leger en was gestationeerd in Duitsland. Edward werd eerst begraven in Gorssel en later overgebracht naar de Canadese erebegraafplaats Op de Holterberg in Holten.

Mitchell Hudson

Mitchell Hudson werd geboren in Fort William in Ontario. Er is weinig over hem bekend. Mitchell was soldaat in het regiment van de PPCLI en stierf net als Hector Brown op 22 april 1945 door granaatscherven bij de beschieting van de St. Jozefkerk in Achterveld. Ook hij werd tijdelijk begraven in Gorssel en ligt nu op de Canadese erebegraafplaats op de Holterberg in Holten. Mitchell was 29 jaar.

 

De omgekomen Canadese militairen in de Glind

In de twee dagen na de bevrijding van de bewoners van de buurtschap De Glind sneuvelden nog vijf Canadese soldaten. Hieronder volgt het verhaal van twee van hen, Alfred French en Frank Richard Perret, door Howard N. Petersen, ooggetuige tijdens het gevecht dat plaats vond in de bossen van De Glind en de nabije omgeving.

We kregen een melding dat er Duitsers in een bos zaten. De commandant stuurde een vrijwilligerspatrouille van in totaal elf man sterk. We gingen met drie carriers en een Saskatchewan Light Infantry carrier met daarop een Vickers machinegeweer op pad. We maakten een aanvalsplan hoe de verborgen vijand zou moeten worden aangevallen. Toen we terugkeerden naar de carriers, werd Luitenan. Frankie Perret, commandant van de patrouille, dodelijk getroffen door het vuur uit een machinegeweer. Hij werd onmiddellijk uit de vuurlinie gehaald en geëvacueerd door de jongens van een van de carriers. Een Saskatchewan Light Infantry schutter had een flits van mitrailleurvuur uit het bosgebied gezien. Hij sprong op zijn carrier en schoot met zijn machinegeweer op het gebied waar hij de flits had waargenomen. We besloten daarna tot de aanval over te gaan, maar het vijandelijk vuur bleef uit. Don MacNeil, Alfie French en ikzelf benaderden de positie waar het Duitse machinegeweervuur vandaan kwam vanaf de rechterflank. We waren nog maar net 200 meter onderweg of er klonk een schot van de vijand. Alfie French werd geraakt. Don en ik probeerden ons zo laag mogelijk te houden. We pakten Alfie en sleepten zijn lichaam en gevechtsuitrusting mee. Toen we ver genoeg buiten vuurafstand van de vijand waren probeerde ik Alfie eerste hulp te geven. Ik kon echter geen teken van leven ontdekken. Ik voelde geen polsslag meer.

Er was geen spoor van bloed. Hij was recht in het hart geschoten. Ongeveer 10 minuten nadat Alfie werd geraakt hebben we zijn lichaam achtergelaten en kruipend onze carriers bereikt. We hebben het aanvalsplan afgeblazen en rapport uitgebracht aan de commandopost in De Glind. De volgende dag werd een patrouille naar de bosrijke omgeving gestuurd met tankondersteuning om de vijand te verdrijven en het stoffelijk overschot van Alfie te bergen.’ (Bron: Informatiecentrum Canadese Erebegraafplaats Holten)

 

Alfred French

Korporaal Alfred French werd geboren op 21 juli 1918 te Vancouver, Britisch Columbia. Tijdens een patrouille werd hij door machinegeweer neergeschoten en in het hart geraakt. Hij sneuvelde op 24 april 1945 in de buurt van De Glind. Hij was 26 jaar oud.

Alfred is tijdelijk begraven in Gorssel. Later is hij herbegraven op de Canadese Erebegraafplaats op de Holterberg in Holten.

 

 

Frank Richard Perrett

Luitenant Frank R. Perrett werd op 31 augustus 1921 geboren in Vernon, British Columbia als zoon van Roy en Bessie Ada Perrett, uit Vancouver. Zijn beroep was kantoorbediende en hij was lid van the Church of England. Hij hield van lezen en muziek maken, hij speelde trompet en piano. Frank ging op 15 september 1939 in dienst in Vancouver en hij ging voor verdere militaire training overzee naar het VK op 18 december 1942. Vervolgens werd Frank op 13 juli 1943 naar Italië gezonden om ingezet te worden bij de strijd daar. Op 5 december 1944 raakte hij gewond. Op 12 maart 1945 kwam Frank naar NW Europa voor de bevrijding van Nederland. Hij stierf op woensdag 25 april 1945 aan verwondingen opgelopen tijdens gevechts-handelingen op 24 april in de bossen van De Glind nabij Klein Moorst. Hij werd tijdelijk begraven in Gorssel en op 4 januari 1946 herbegraven in Holten.

Zijn graf werd na de oorlog geadopteerd door een Nederlandse familie uit Holten. Op zijn grafsteen staat geschreven; “To live in the hearts of those we love is not die”. Perrett diende bij the Seaforth Highlanders of Canada. Hij was 23 jaar.

 

Ooggetuigeverslag van de Nederlandse student en tolk voor de Canadezen Rutger D. Bleeker over het sneuvelen van korporaal John Myles.

Op ongeveer 3 km van de Grebbelinie bij Achterveld staat de boerderij Midden Romselaar in brand. De Seaforth Highlanders krijgen te maken met zware beschietingen. Kapitein Sir Alan MacKenzie vraagt student Bleeker om samen met korporaal Myles op verkenningspatrouille te gaan naar de Romselaar, een andere boerderij in de buurt, waar mensen in het nauw zaten.

“We gingen meteen op weg, namen eerst een nauwe weg langs dicht struikgewas en moesten langs een omgevallen boom die de weg versperde.

De Nederlandse boeren hadden me gewaarschuwd dat de boom ondermijnd was. Ik vertelde dat aan korporaal Myles maar hij antwoorde “loop precies in mijn voetsporen dan overkomt je niets”. We kwamen er inderdaad veilig langs en kropen naar de rand van het bos waar we uitkeken op boerderij Romselaar en de vijandelijke bunkers van de Grebbelinie. De weg die voor ons lag liep recht naar de boerderij. Er waren ondiepe greppels en de weilanden boden geen enkele beschutting.

We waren net een paar meter vooruit gekropen toen een moordend geweld van machinegeweervuur losbrak. We vielen allebei in de greppel, mijn helm viel op de weg en was meteen doorzeefd. Ik liet ook mijn geweer vallen. Korporaal Myles was op slag dood. Blystone die ook mee was op patrouille kon niets meer voor hem doen, maar bleef nog een half uur bij hem. We konden hem zelf niet dragen. Hij werd later gevonden en teruggebracht door het Rode Kruis. Het lukte mij om mijn geweer weer te pakken en in de greppel terug te kruipen naar het bos langs de omgevallen boom, terwijl ik mij probeerde te herinneren hoe ik kort tevoren deze hindernis had genomen. De mijn ging niet af, wel een paar minuten later toen een paar koeien op de vlucht sloegen vanwege onophoudelijk mortiervuur.

Het waren waarschijnlijk antitank mijnen die niet reageerden op mijn gewicht. Ik haastte mij terug naar kapitein MacKenzie en vertelde hem het droevige nieuws.

De Seaforth War Diary meldt dat die dag door mortiervuur ook soldaat Votary sneuvelt en soldaat MacKenzie, die pas 24 uur aan de eenheid was toegevoegd, zwaargewond wordt afgevoerd.

 

John Myles

Korporaal John Myles werd geboren 20 juli 1918 in Shettleton, Glasgow Schotland. Hij was de zoon van Thomas en Elisabeth Myles uit Vancouver. John was vrachtwagenchauffeur en loodgieter en hij was lid van The Church of England. Hij trouwde op 28 december 1939 met Viola Myles. Hij sneuvelde op 25 april 1945. Zijn vrouw, zijn ouders en zijn broers en zuster raakten hem kwijt in een vreemd land. Op zijn grafsteen staat de volgende tekst:

“Far in a foreign land he lies at rest. The lord willed it so. His task is done”.

Hij was 26 jaar oud.

George Francis Votary

George Francis Votary werd geboren op 3 mei 1925 in Perth Road Village in Ontario. Hij was soldaat bij het regiment van de SHofC

Hij sneuvelde op 25 april 1945 in De Glind. Acht dagen voor zijn twintigste verjaardag.

Hij werd begraven in Gorssel en later overgebracht naar de Canadeze erebegraafplaats op de Holterberg in Holten.

 

 

Luitenant Norman L. Prideaux

Luitenant Norman L. Prideaux werd geboren in Torornto waar hij de Earl Haig Public school en het Rivendal College bezocht. Hij studeerde af in de wetenschappen in 1942. Hij werd tweede luitenant bij de Canadian Officer’s Training Corps nadat hij opgeleid was bij Gordon Head en Petawawa. Na gevochten te hebben als luitenant bij de SHofC in Italië en België overleed hij in Nederland in De Glind op 23 april 1945.

Norman was 25 jaar oud, hij was lid van de Geboortekerk en actief bij de padvinderij. Hij was een uitstekend tennisser en Hockeyer.

Norman werd tijdelijk begraven in Gorssel en ligt nu op de Canadese erebegraafplaats op de Holterberg in Holten.

 

Dit is het laatste verhaal en gaat over de 13 Huzaren die bij het uitbreken van de Tweede wereldoorlog omgekomen zijn in Achterveld.

 De Grebbelinie loopt in het oosten van de provincie Utrecht van de Neder-Rijn bij de Grebbeberg, via Veenendaal en Amersfoort tot Spakenburg. Het is een zogenaamde waterlinie, bedoeld als verdediging tegen vijandelijke invallen vanuit het oosten. Vanwege deze waterlinie heeft Achterveld tweemaal in de vuurlinie gelegen; bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 en in april 1945 toen De Duitsers deze waterlinie opnieuw gebruikten als verdedigingslinie, nu tegen de Geallieerden.

Het uitbreken van een nieuwe oorlog leek in augustus 1939 onvermijdelijk. De Nederlandse regering kondigde op 28 augustus de algehele mobilisatie af. Dat betekende dat de Grebbelinie als hoofdverdedigingslinie werd gemobiliseerd. Het was ingrijpend voor inwoners van het gebied rond de Grebbelinie. Op verschillende plekken moesten boerderijen verdwijnen om het schootsveld vrij te maken. Bovendien werden veel bewoners geëvacueerd. Op 10 mei 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit.

Op 12 mei 1940 was de 227ste divisie van de Duitse troepenmacht doorgedrongen tot op de Veluwe. Vervolgens werden vanuit Barneveld verkenningen uitgevoerd richting Amersfoort. Met het 3e peloton onder leiding van Kornet Rink die patrouilles vooruit uitvoerde, is het 4e eskadron van het 1ste Regiment Huzaren onder aanvoering van de reserve Ritmeester mr. A.L.F.J. de Vries opgerukt naar Achterveld. De Barneveldsche beek moest worden doorwaad, omdat de brug was opgeblazen. Even voorbij deze brug ontvingen de voorste patrouilles vijandelijk vuur. Bij de weg van Terschuur naar Achterveld kwam het 4e eskadron in botsing met de bezetter. Met het 3e Peloton vooruit, ging het Eskadron onmiddellijk tot de aanval over en wist de vijand op Achterveld en in oostelijke richting naar Barneveld terug te werpen.

De Duitse aanvaller bestond uit een bataljon infanterie, een antitank compagnie, een genie compagnie en een batterij artillerie. De krachtsverhouding was van meet af aan ongunstig.

Toen het eskadron bij de kerk was gekomen, werd het uit twee richtingen hevig aangevallen. Ritmeester mr. A.L.F.J. de Vries werd hierbij aan zijn knie gewond. Met de woorden ‘Geeft niets, ik geef het nog niet op’ stelde hij zijn omgeving gerust. Duitsers die de Ritmeester, sommeerde zich over te geven kregen te horen: ‘Dat nooit, leve de Koningin!’ Kort daarna greep hij een karabijn en riep: ‘Stormen’. Onmiddellijk daarop werd hij door een kogel dodelijk getroffen. Kornet P. Rink, commandant van een peloton werd door een granaatscherf aan het hoofd dodelijk getroffen.
Op de westvleugel was een ander peloton vastgelopen tegen zwaar vijandelijk vuur. De pelotonscommandant, de reserve 1e luitenant H. Simon Thomas, werd dodelijk door een kogel getroffen, op het moment dat hem het bericht werd gebracht dat de Ritmeester was gesneuveld. Drie van de pelotons waren in een hevig gevecht gewikkeld en het vierde peloton dat in tweede lijn lag kreeg vuur van achteren. De pelotonscommandant, de Opperwachtmeesterinstructeur J.H. van Melick, die zijn huzaren krachtig aanmoedigde met de woorden ‘Overwinnen of sterven’, werd zwaargewond en is enige tijd daarna aan deze verwondingen overleden.

Van het eskadron waren op dit moment de eskadronscommandant, een luitenant, een kornet, een opperwachtmeester, twee wachtmeesters, een korporaal en vijf huzaren gesneuveld en waren er velen gewond. Het eskadron was nu geheel omsingeld en de vijand drong van alle zijden op.
De overgebleven pelotonscommandant trachtte de restanten van het eskadron te verzamelen om zich aan de groep van de vijand te onttrekken. Deze poging mislukte. Velen hebben nog een tijd moedig gestreden maar tenslotte moest het eskadron de ongelijke strijd opgeven. Zestig man werden gevangengenomen.

De huzaren hebben dapper gevochten in de strijd om Achterveld.

220 Duitsers sneuvelden en er zijn 13 Huzaren omgekomen.

 

Jacob Aantjes                Geboren  2 augustus 1920              Overleden 12 mei 1940

 

Jacob is geboren in Utrecht, hij was de zoon van Johan Aantjes, arbeider in een slachtplaats en van Henriëtte Boer, hij was Beroepshuzaar 2e Klas. Met massaal geweld en met de meest moderne wapens uitgerust drongen de Duitsers op en probeerde een doorbraak te forceren. Als een van de “voorste Ruiters” tijdens de verkenning voor het 4e Eskadron is hij op 12 mei in Achterveld gesneuveld. Jacob is gevallen in Den Aard aan de Achterveldseweg tussen de boerderijen “Het Zwaantje”en “De Heikamp”. Een moedig man, de jongste van het eskadron. Hij werd tijdelijk begraven voor de Gestichtsboerderij in Achterveld en later overgebracht naar het Militair ereveld te Loenen.

 

 

Jacobus Franciscus van Heumen    Geboren 3 januari 1907              Overleden 12 mei 1940

Jaap van Heumen is geboren in Kortenhoef. Na de Ambachtsschool werd hij timmerman bij een timmerfabriek in ’s Gravenland. In 1927 was hij dienstplichtig militair in de Willem III kazerne in Amersfoort. Jaap was wachtmeester/foerier. Op 18 januari 1940 trouwde hij met Gerda Hagen. Zij woonden in Ankeveen. In mei 1940 was hij ingedeeld in het 1e regiment Huzaren 8e eskadron.

Na de gevechten in Achterveld, waarbij de bevelhebbers van het 4e eskadron waren gesneuveld, probeerden enkele overgebleven Huzaren waaronder Jaap van Heumen, zich terug te trekken op Hoevelaken. Zij kwamen terecht in “De Kieftkamp”. Daar stuitten zij op een groep fietsende Duitsers.

Jaap bracht meteen de mitrailleur in stelling en bleef constant schieten waarbij een tiental Duitsers sneuvelden.

Korte tijd later werd hij zelf door enkele schoten getroffen en sneuvelde. Hij werd tijdelijk begraven op het Vilderskerkhof en later begraven in het familiegraf in ’s Graveland / Kortenhoef. In Kortenhoef is in 1995 een straat naar hem genoemd.

 

 

Albertus Petrus Antonius Janssen      Geboren 5 december 1914            Overleden 12 mei 1940

 

Albert is geboren in Stratum bij Eindhoven. Hij was dienstplichtig militair bij de Landmacht en ingedeeld bij de Huzaren. Het voortdurende bombardement op Achterveld bracht het dorp enorme schade toe. De prachtige kerktoren werd meermalen door voltreffers getroffen. Er werd verwoed gevochten in en om het dorp. Aan de rand van het dorp lagen verdedigers in een korenveld; ze bestookten van daaruit de vijand. Daar sneuvelde in de omgeving van Klein Hof (Emelaarseweg) huzaar Jansen (25). Hij ligt begraven op het Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen. Zijn naam komt ook voor op het Provinciaal gedenkteken ‘De Brabantse soldaat’ in Waalre (NB).

 

 

 

Jacobus Hubertus van Melick            Geboren 2 juli 1892                      Overleden 13 mei 1940

Jacobus is geboren in Maasniel. Hij was opperwachtmeester en commandant van een peloton wielrijders. Hij was getrouwd en woonde in Huis ter Heide. Het achterste peloton onder commando van Van Melick dat inmiddels enige honderden meters over de Barneveldse Beek was opgerukt, kreeg plotseling vijandelijk vuur uit de richting van Terschuur.

De Opperwachtmeester vuurde zijn mannen krachtig aan en riep: “Overwinnen of sterven.” Enige tijd later werd hij zelf in de buik getroffen; de volgende dag is hij aan zijn verwondingen overleden. Op de dag dat hij sneuvelde beviel zijn vrouw van een zoon.

Postuum ontving hij uit naam van Koningin Wilhelmina het bronzen Kruis van het wapen der Cavalerie, wegens moedig optreden tegenover de vijand bij Achterveld. Hij ligt begraven op de Begraafplaats Moscowa te Arnhem.

 

 

Pieter Nijdam                                         Geboren 26 januari 1914                Overleden 12 mei 1940

Pieter is geboren in Haren (Groningen) Hij was getrouwd met B. Israël en vader van een zoon Roelof.

Hij was dienstplichtig Huzaar. In een sloot voortkruipend langs het Kerkdijkje sloop hij naar voren. Ter hoogte van het Wit–Gele Kruis gebouwtje, achter de kerk, wist hij de opdringende Duitsers tegen te houden. Even later werd hij echter getroffen en sneuvelde.

Later bleek dat het eskadron te midden van onderdelen van een Duitse divisie was terechtgekomen. Deze waren in opmars naar Scherpenzeel, via de lijn Asschat – Stoutenburg. Hij is begraven op de Zuiderbegraafplaats in Groningen.

 

 

 

 

Hendrik Reijerse                             Geboren 12 februari 1909                     Overleden 12 mei 1940

Henrik is geboren te Cothen Hij was wachtmeester van het 1e regiment Huzaren, 8e eskadron wielrijders. Hendrik trok met zijn mannen in de richting van Huize St Joseph van waaruit ze de Duitsers onder vuur namen. De vijand werd ook bestookt door de zware kanonnen die stonden opgesteld op Laan 1914 bij Amersfoort.

Honderden granaten vielen op de Duitsers waardoor er tientallen van hen sneuvelden of gewond raakten. “Wachtmeester Rijerse werd plotseling getroffen doch bleef onvermoeid doorschieten, tot hij een dodelijk schot kreeg en sneuvelde.” Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Barneveld en is later herbegraven op het Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen.

 

 

 

Pieter Rink                                        Geboren 10 augustus 1917                  Overleden 12 mei 1940

Pieter was geboren in Tiel. Hij was Meester in de Rechten en verbonden aan de Staatsmijnen als jurist. Pieter was Kornet der Huzaren, bij het 8e eskadron wielrijders. Als Kornet vocht hij dapper en vuurde zijn mannen aan tot de strijd tegen de vijand.

Juist toen hij de karabijn van een gewonde huzaar overnam werd hij in het hoofd getroffen door een granaatscherf van infanteriegeschut. Een jong en moedig man sneuvelde voor het Sint Joseph Gesticht (Huize Sint Jozef)!

Postuum ontving hij uit naam van Koningin Wilhelmina het Bronzen Kruis van het wapen der Cavalerie, wegens moedig optreden tegenover de vijand bij Achterveld. Hij ligt begraven in een dubbelgraf met Luitenant Hans Simon Thomas op “De Plantage” in Barneveld.

 

 

 

Jan Willem te Sligte                Geboren 7 december 1907                    Overleden 12 mei 1940

Hij was geboren in Winterswijk en de zoon en enig kind van Jan Willem te Sligte en Hanna Catherina Slotboom. Hij was getrouwd met Geertje de Vries. Zij hadden een dochter. Jan was van beroep steenkolenhandelaar. Hij was dienstplichtig Huzaar en sneuvelde bij “De Fliert” in Achterveld. Jan Willem ligt begraven op de Gemeentelijke Begraafplaats te Winterswijk.

 

 

 

 

 

 

Hans Simon Thomas                Geboren 12 december 1907                        Overleden 12 mei 1940

“De twaalfde mei 1940 viel Hans Simon Thomas, nestor van de mijnbouwkundige studenten, luitenant van de Huzaren, strijdend te midden van zijn manschappen onder het Duitse vuur bij de verdediging van de Grebbelinie-voorposten.”

Bron: Gedenkboek van het verzet der Delftse studenten en docenten gedurende de jaren 1940-1945.

Hans was reserve 1e luitenant. Hij werd geplaatst op de westelijke vleugel, in de richting van de tol aan de Hessenweg, om van die kant de vijand naar Barneveld terug te drijven. Op de rechtervleugel kwam vuur van zware mitrailleurs zodat het peloton de weg bij de tol niet meer kon bereiken. Luitenant Simon Thomas, die zich te midden van zijn peloton bevond, moedigde zijn mensen aan doch werd door een kogel getroffen en sneuvelde bij boerderij De Fliert.

 

Postuum ontving hij uit naam van Koningin Wilhelmina het bronzen Kruis van het wapen der Cavalerie, wegens moedig optreden tegenover de vijand bij Achterveld. Hij ligt begraven in een dubbelgraf met Kornet Pieter Rink op “De Plantage” in Barneveld. Zijn naam wordt ook vermeld op het monument voor de Gevallenen der Cavalerie 1946-1949 in Amersfoort.

 

Aike Velema                                    Geboren 3 maart 1912                           Overleden 12 mei 1940

Hij is geboren te Winschoten en was de zoon van Jakob Velema en Asselina Lingbeek. Hij trouwde met Nantje Tuin op 1 mei 1937. Hij was dienstplichtig Huzaar. De Duitsers hadden zich ‘s nachts nabij de Stoutenburgerschool aan de Emelaarseweg, ingegraven.

Vier huzaren, waaronder Velema probeerden zich terug te trekken op Hoevelaken over de zandweg naar de boerderij van Hilhorst in de Kieftkamp. Onder dekking van bomen en struiken slopen ze naderbij in de richting van de afrastering. Velema stapte er overheen, de anderen kropen eronderdoor.

Ineens brak er een kogelregen los, waarbij Velema dodelijk getroffen neerviel. De anderen zochten dekking en een goed heenkomen. Hij ligt begraven op de gemeentelijke begraafplaats Hofstraat in Winschoten.

 

 

A.L.F.J. de Vries                                Geboren 4 oktober 1900                         Overleden 12 mei 1940

Hij is geboren in Amsterdam en was van beroep advocaat. Hij was reserve-ritmeester van het 1e regiment Huzaren van het 4e eskadron. Samen met het 3e peloton onder kornet Rink was hij tot Huize St Joseph gekomen. Daar werden ze van alle kanten beschoten. De ritmeester gaf rustig zijn bevelen, totdat hij plotseling werd getroffen door een schot in de knie. Men wilde hem helpen doch hij zei “geeft niets, ik geef het nog niet op.” Een groep Duitsers drong op en een van hen sommeerde de ritmeester zich over te geven. Maar hij riep “Dat nooit, leve de Koningin!” Hij greep een karabijn en schreeuwde “Stormen!” Direct daarna werd hij dodelijk getroffen en sneuvelde.

Postuum ontving hij uit naam van Koningin Wilhelmina de Bronzen Leeuw van het Wapen der Cavalerie. Hij ligt begraven op het Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen. Zijn naam komt ook voor op het Monument voor de gevallenen der Cavalerie in Amersfoort.

 

 

Christiaan de Vries                            Geboren 16 januari 1911                        Overleden 12 mei 1940

Christiaan is geboren te Lemmer. Hij was de zoon van Hillebrand de Vries (aardappelhandelaar) en Lenigje de Oude. Christiaan was van beroep drukker, begonnen in Lemmer en later vertrokken naar Voorburg. Hij was ongehuwd en kwam uit een gezin met 6 kinderen. Hij was typograaf bij de Nederlandse Landmacht. Hij sneuvelde In de buurtschap ‘De Kieftkamp’ te Achterveld.

Hij is begraven op de (oude) algemene begraafplaats te Lemmer. Zijn naam staat ook op het monument voor Vrede en Vrijheid in Leidschendam en op het monument van de N.H. kerk in Lemmer.

 

 

 

Cornelis (Kees) Zaal                     Geboren 10 januari 1917                          Overleden 15 mei 1941

Kees maakte deel uit van het 4e Eskadron-1RH (Ritm de Vries) en daarvan het peloton van Opperwachtmeester van Melick. Tijdens de gevechten in Achterveld raakte hij zwaargewond aan een arm en schouder. Bij boerderij “de Fliert” is hij geborgen en naar het Sint Elisabeth Ziekenhuis in Arnhem overgebracht. Na de capitulatie werd hij naar een Ziekenhuis in Emmerich (Duitsland) gebracht en later teruggebracht naar Arnhem. Daar is hij op 15 mei 1941, dus precies een jaar later, alsnog aan zijn verwondingen overleden.
Na een korte periode te zijn begraven op “Moscowa” in Arnhem zijn de stoffelijke resten alsnog overgebracht naar Vinkeveen, waar hij vandaan kwam. Zijn naam staat ook vermeld op het oorlogsmonument in Mijdrecht.

 

 

Bronnen zijn bekend bij St. Jozefkerk Achterveld, achterveld@stlucas.nu